Naar hoofdinhoud
Een hulpvrager is een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget, zolang de hulpvrager van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald door: De bijdrage, bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de WMO dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste €20,60 per bijdrageperiode voor de hulpvrager of de gehuwde hulpvragers tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4., derde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Wanneer er onvoldoende betalingscapaciteit is bij een hulpvrager kan er, tijdelijk, worden afgezien van het opleggen van een bijdrage. Er wordt geen bijdrage opgelegd als dit nadelige gevolgen heeft voor de ondersteuning die wordt gegeven op grond van de Wmo 2015. Er wordt geen bijdrage opgelegd voor de maatwerkvoorziening met hoofdresultaat M1 arbeidsmatige dagbesteding, en met hoofdresultaat M2 educatieve dagbesteding. Een hulpvrager is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 0,170 per kilometer met een instaptarief van € 0,98. De hiervoor genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2020. De bedragen worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de indexering van de landelijke OV-tarieven. Het OV-bureau Groningen-Drenthe indexeert jaarlijks ook het bedrag per gereden kilometer. Dit bedrag wordt door de gemeente als referentie gebruikt om de prijs per gereden kilometer voor het Wmo-vervoer te bepalen. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen. Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige hulpvrager is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een hulpvrager. De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald: door aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel