Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 7.

Voorwaarden en weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en schuldhulpverlening gemeente Noordenveld 2022

Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de hulpvrager op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de hulpvrager met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien de voorziening voor een persoon als hulpvrager algemeen gebruikelijk is; indien het een voorziening betreft die de hulpvrager na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend. de hulpvrager geen ingezetene is van de gemeente Noordenveld, onverminderd hetgeen bepaald is in de Wmo over beschermd wonen en opvang; indien het college door de hulpvrager niet in staat wordt gesteld om door middel van onderzoek vast te stellen of er een resultaatsverplichting is voor het college. Indien opzettelijk onjuiste informatie wordt verstrekt of opzettelijk informatie wordt verzwegen, met oogmerk om op oneigenlijke gronden een maatwerkvoorziening te verkrijgen of te doen verkrijgen. Het college kan een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie weigeren als: de noodzaak tot ondersteuning voor de hulpvrager redelijkerwijs vermijdbaar was; het college van oordeel is dat een hulpvrager zijn hulpvraag redelijkerwijs van had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de hulpvrager niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. de gevraagde maatwerkvoorziening betrekking heeft op maatschappelijke ondersteuning in hotels/pensions, trekkerswoonwagens, leef- en woongemeenschappen (of daarmee vergelijkbare woonvormen zoals een klooster), tweede woningen, vakantiewoningen en recreatiewoningen; tenzij in voor verblijf in deze woonvormen een persoonsgebonden beschikking of een omgevingsvergunning aan de cliënt is afgegeven.

Rechtspraak bij dit artikel