(artikel 4.7 Wmo-verordening 2015)
Inleiding
Normaal gebruik van de woning
Woonvoorzieningen worden verstrekt om beperkingen bij het normale gebruik van de woning te compenseren. Het normale gebruik van de woonruimte omvat de elementaire woonfuncties, dat zijn de activiteiten die de gemiddelde bewoner in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat daarbij om eten bereiden, slapen, lichaamsreiniging, essentiële huishoudelijke werkzaamheden, zoals kleding wassen, aan- en uitkleden en het wassen en verschonen van een geheel van zijn verzorger(s) afhankelijk kind. Voor een kind is spelen zonder gevaar voor de eigen gezondheid ook een elementaire woonfunctie.
Problemen die een persoon met beperkingen ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte moeten door de verstrekking van woonvoorzieningen worden opgelost. Het streven zal in beginsel erop gericht zijn de problemen geheel weg te nemen of aanzienlijk te verminderen. Om verschillende redenen zal dat niet altijd zo kunnen zijn. Die redenen kunnen gelegen zijn in de persoon met beperkingen, dan wel in de aard van de woonruimte.
Uitzondering op het beginsel dat woonvoorzieningen worden versterkt ter compensatie van problemen bij het normale gebruik van de woning vormt de uitraaskamer. Deze voorziening heeft tot doel het tot rust doen brengen van personen met een specifieke beperking.
Bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar
De woonruimte moet bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar zijn en mag geen aantoonbare problemen in het normale gebruik opleveren. Met bereikbaar wordt bedoeld dat de persoon met beperkingen zonder hulp vanaf de openbare weg tot de toegangsdeur van de woonruimte kan komen. Toegankelijk betekent dat de persoon met beperkingen zonder hulp in de woonruimte kan komen. Met bruikbaar wordt bedoeld dat de persoon met beperkingen zelfstandig alle binnen de woonruimte gebruikelijke activiteiten kan verrichten, zonder problemen te ondervinden veroorzaakt door de bouwkundige aard van de woning.
Een woonvoorziening wordt alleen toegekend indien deze de woonruimte bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar maakt voor de persoon met beperkingen, door het wegnemen of aanzienlijk verminderen van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning. Er moet sprake zijn van een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen de ondervonden (naar objectieve maatstaf aanwezige) problemen, en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de betreffende woning. Ook moeten de problemen in of bij de woning zelf ondervonden worden.
Geluids- of geuroverlast, problemen met buren, onveiligheidsgevoelens en allergie ten gevolge van omgevingsfactoren buiten de woning zijn in principe geen redenen voor verstrekking van een woonvoorziening. Er worden ook geen voorzieningen verstrekt met het doel overlast voor derden te beperken.
De woonruimte
Onder woonruimte wordt verstaan:
een woning met uitzondering van kamers die zelfstandig verhuurd worden;
een woonwagen als bedoeld in de Woningwet;
een woonschip op een ligplaats, zijnde een woonschip en een ligplaats als bedoeld in de Huisvestingswet;
een verblijf van een binnenschip als domicilie is gekozen in Amsterdam, blijkens het openbaar register voor schepen.
Bij de woonruimte horen ook de toegang tot de woonruimte zelf, tot de tuin en tot het balkon, voor zover daarbij daadwerkelijk problemen worden ondervonden op het gebied van de toegankelijkheid. Ook kan worden voorzien in een stalling voor een vervoersvoorziening. Reguliere parkeerplaatsen vallen echter niet onder het begrip ‘woning’; de toegang tot het trottoir evenmin.
Hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en kamerverhuur zijn uitgesloten om in aanmerking te komen voor een woonvoorziening.
Er worden geen woonvoorzieningen verstrekt aan Amsterdammers die in een Wlz-instelling verblijven. Hierop wordt een uitzondering gemaakt, namelijk het logeer- en bezoekbaar maken van een andere woonruimte dan de instelling waar de Amsterdammer woont (zie verder onder 4.8.2 ‘Woonruimteaanpassingen’). Amsterdammers die met een Wlz-indicatie zelfstandig wonen en hun eigen woonlasten betalen, kunnen in aanmerking komen voor woonvoorzieningen.
Aan bewoners van sloopwoningen en kraakpanden worden alleen eenvoudige, losse, her te gebruiken woonvoorzieningen verstrekt, aangezien het hier gaat om woningen, waarbij de verdere woonduur op losse schroeven staat.
Bij verhuizing naar een onzelfstandige woonruimte is het slechts mogelijk voor woonvoorzieningen in aanmerking te komen, indien de woonruimte deel uitmaakt van een woongebouw of een woning, geheel of gedeeltelijk verhuurd ten behoeve van groepswonen door ouderen, personen met beperkingen of een daarmee vergelijkbare woonvorm. De bewoners dienen te beschikken over een individueel huurcontract of (mede)eigenaar te zijn.
Voor specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen zijn voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige extra kosten kunnen worden meegenomen uitgesloten.
Achterstallig onderhoud
De gemeente is niet gehouden voorzieningen te verstrekken als de ondervonden problemen te wijten zijn aan achterstallig onderhoud, dan wel het gevolg zijn van het feit dat de woning niet voldoet aan de op dat gebied geldende wettelijke voorschriften.
Integrale beoordeling
Bij een indicatiestelling voor woonvoorzieningen wordt integraal beoordeeld in hoeverre hulp bij het huishouden, begeleiding of compensatie vanuit de Wlz of Zvw kunnen voorzien in respectievelijk compensatie en oplossing van de ondervonden woonproblematiek. Verder wordt beoordeeld in hoeverre de problematiek kan worden opgelost door redelijkerwijs te vergen inspanningen van huisgenoten, inclusief het treffen van redelijkerwijs te vergen oppasmaatregelen van ouders of verzorgers. Ook wordt rekening gehouden met algemeen gebruikelijke oplossingen als een andere organisatie van taken en een herschikking van de inrichting dan wel wijziging van de opstelling van inrichtingselementen in de woning.
Bij de indicatie voor woonruimteaanpassingen wordt beoordeeld welke aanpassingen noodzakelijk zijn om de gehele woonruimte langdurig geschikt te maken. Ook wordt beoordeeld of de aanpassingen technisch uitvoerbaar zijn.
Primaat verhuizen
Onder woonvoorzieningen vallen naast aanpassingen in de woning ook een aantal vergoedingen, waaronder een financiële tegemoetkoming bij een verhuizing. Als vast is komen te staan dat compensatie geboden moet worden c.q. een voorziening moet worden toegekend dan biedt het college deze door de goedkoopst adequate voorziening te verstrekken. Voorwaarde om voor subsidiëring van een woonruimteaanpassing in aanmerking te komen is dan ook dat er geen goedkoper alternatief realiseerbaar is door verhuizing of aangepaste inrichting. Uitgangspunt is dat verhuizen het primaat heeft. Het primaat verhuizen houdt in dat verhuizen naar een geschikte woonruimte voorrang heeft boven woonruimteaanpassingen, wanneer de kosten van de aanpassingen naar verwachting hoger zijn dan het in het Financieel besluit vastgelegde bedrag. Als een meer geschikte woonruimte beschikbaar is, bestaat de mogelijkheid dat in die woonruimte aanpassing nog steeds noodzakelijk is, maar dat de kosten van de aanpassing aanzienlijk lager zijn dan wanneer de persoon met beperkingen niet zou verhuizen. Of een woning aangepast wordt, is mede afhankelijk van de vraag of aangepaste of geschikte woningen beschikbaar zijn, van de sociale omstandigheden maar ook van de beoordeling of aanpassingen technisch uitvoerbaar zijn en welke voorziening de goedkoopst adequate is.
Geschikte woning beschikbaar
Een verhuizing is adequaat als op redelijke termijn een woning beschikbaar komt. Ligt het in de verwachting dat de persoon met beperkingen binnen een redelijke termijn in aanmerking komt voor een geschiktere woning, dan is het ondoelmatig om zijn woning aan te passen. Het kan echter enige tijd duren voordat een meer geschikte woonruimte vrijkomt die eventueel aanzienlijk goedkoper kan worden aangepast.
Als redelijke termijn wordt een periode van twee jaar beschouwd. Een meer geschikte woning is een woning die niet of beperkt moet worden aangepast, dan wel met aanmerkelijk lagere investeringen kan worden aangepast.
Voorrangsregeling van hoog naar laag
Deze regeling van de Amsterdamse woningcorporaties biedt 65 plussers, die aan een aantal voorwaarden voldoen, de gelegenheid om in hun eigen buurt te verhuizen van een hooggelegen woning naar een woning op de begane grond, de eerste verdieping of een woning welke bereikbaar is met lift. 65 plussers met een toekenning voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing (Wmo verhuiskostenvergoeding) en 70 plussers houden hun oude huur (maken dus geen huursprong), tenzij er wordt verhuisd naar een nieuwbouwwoning. Andere 65 plussers kunnen gebruik maken van de regeling maar behouden niet de huur van hun oude woning.
Van de persoon met beperkingen van 65 jaar of ouder wordt verwacht dat hij gebruik maakt van de voorrangsregeling van hoog naar laag, indien van toepassing. Gebruikmaking van deze regeling vergroot de kans op het vinden van een geschikte woning binnen een redelijke termijn.
Afwijkingen van primaat verhuizen
a. Sociale participatie en maatschappelijke activering
Van het primaat verhuizen kan worden afgeweken als een verhuizing zal leiden tot een aanmerkelijke verschraling van het leven, bijvoorbeeld door het verlies van de sociale infrastructuur van de persoon met beperkingen. Het sociale netwerk speelt bij de afweging een belangrijke rol. Hierbij wordt betrokken: de aanwezigheid van mantelzorg in de directe woonomgeving (bijvoorbeeld familieleden die in de buurt wonen); de aanwezigheid van verschillende voorzieningen; de binding met het stadsdeel. Als dit netwerk een essentiële bijdrage levert aan het langer zelfstandig kunnen blijven wonen van de persoon met beperkingen dan kan dit een aanleiding zijn om van het primaat verhuizen af te wijken. Als 65 plussers gebruik kunnen maken van de voorrangsregeling van hoog naar laag is er geen reden om af te wijken van het primaat verhuizen.
b. Medische contra-indicatie
Als er een (sociaal-)medische contra-indicatie is voor verhuizing van de aanvrager en/of de partner vervalt het primaat verhuizen.
c. Eigenaar/bewoner
Voor een eigenaar/bewoner van een woonruimte zal verhuizing andere gevolgen hebben dan wanneer men een woning huurt. Voor een eigenaar/bewoner heeft een verhuizing, behalve het vinden van een geschikte woning, tot gevolg dat moet worden overgegaan tot verkoop van het huis. Indien de kosten van de aanpassingen hoger zijn dan het in het Financieel besluit vastgestelde bedrag, dan kan de gemeente eigenaar/bewoners de keuze bieden tussen maximaal het bedrag genoemd bij het primaat verhuizen en als zodanig vastgelegd in het Financieel besluit, of een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing.
4.8.1 Financiële tegemoetkoming verhuizen
aProductbeschrijving
Een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing, inclusief de inrichting, is een forfaitair bedrag dat wordt toegekend aan
een persoon met beperkingen bij verhuizing naar een geschikte, eventueel nog te verbouwen woning of een interim woning;
een persoon die ten behoeve van een persoon met beperkingen verhuist uit een rolstoelwoning met als doel de rolstoelwoning leeg achter te laten.
De hoogte van de financiële tegemoetkoming is een door het college vastgesteld bedrag. De beschikking is maximaal vier jaar geldig. Daarnaast geldt in beginsel dat de aanvrager niet opnieuw in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing indien de eerder verstrekte indicatie onbenut is gebleven en de aanvrager niet regelmatig op een woning van WoningNet heeft gereageerd.
Voor de hoogte van de tegemoetkoming is de verhuisdatum bepalend. Men kan dus in aanmerking komen voor een ander forfaitair bedrag dan oorspronkelijk in de beschikking is toegezegd. Dit doet zich voor als tussen de datum van de toezegging van de tegemoetkoming en de daadwerkelijke verhuizing het door het college vastgestelde bedrag is aangepast.
De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 kent een bijzondere volgordebepaling (artikel 2.4.7, zesde lid) op grond waarvan bepaalde woningzoekenden eerder in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor een rolstoelwoning dan andere woningzoekenden. Het artikel onderscheidt drie categorieën woningzoekenden. Amsterdammers aan wie een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing naar een rolstoelgeschikte woning is toegekend, worden ingedeeld in één van deze categorieën.
bVoorwaarden voor verstrekking
Aan persoon met beperkingen
a. Wegens beperkingen in het normale gebruik is verhuizing medisch noodzakelijk.
Er moet zijn vastgesteld dat wegens beperkingen in het normale gebruik van de woning verhuizing medisch noodzakelijk is. Van noodzaak is slechts sprake indien de beperkingen niet te voorzien waren, doordat ze bijvoorbeeld plotseling ontstaan zijn en het normale gebruik van de woning daadwerkelijk belemmeren. Hiervan kan sprake zijn als er een rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden (naar objectieve medische maatstaf aanwezige) beperkingen en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de persoon met beperkingen bewoonde woning. De beperkingen moeten voorts in of bij de woning zelf (waaronder ook de toegankelijkheid en de bereikbaarheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden.
b. Verhuizen naar zelfstandige woning.
Uitgangspunt is dat men naar een - zelfstandige - woning gaat verhuizen, en niet naar kamers of een niet-zelfstandige woonruimte. Van een niet-zelfstandige woonruimte is sprake, als de wezenlijke voorzieningen zich buiten de eigenlijke woonruimte bevinden. Als wezenlijke voorzieningen worden de keuken en het toilet aangemerkt.
c. Verhuizen naar geschikte woning.
De tegemoetkoming wordt alleen uitbetaald indien de te betrekken woonruimte voldoet aan de gestelde wooneisen en aan de overige voorwaarden uit de Wmo-verordening 2015. De eisen waaraan de nieuwe woonruimte moet voldoen worden in de beschikking opgenomen. In de beschikking wordt de toezegging gedaan dat een financiële tegemoetkoming van een verhuizing wordt toegekend, onder voorwaarde dat in de (nog te zoeken en te vinden) woning de beperkingen zullen worden weggenomen of aanzienlijk verminderd. Als een woonruimte beschikbaar is die voldoet aan de wooneis bestaat de mogelijkheid dat in die woonruimte aanpassing nog steeds noodzakelijk is, maar dat de kosten van de aanpassing aanzienlijk lager zullen zijn dan wanneer de persoon met beperkingen niet zou verhuizen.
d. Verhuizen naar interim-woning.
Personen die verblijven in een revalidatiecentrum moeten vertrekken nadat de behandeling voltooid is. Als hun woning ongeschikt is en ook niet geschikt is te maken, is een verhuizing onvermijdelijk. Het kan voorkomen dat op korte termijn geen geschikte (rolstoel)woning beschikbaar is. Omdat verblijf in het revalidatiecentrum niet meer noodzakelijk is, bestaat dan de mogelijkheid te verhuizen naar een interim-woning. Dat is een (rolstoel)woning die niet geheel voldoet omdat hij te klein is (bijvoorbeeld te weinig kamers in relatie tot de gezinsgrootte) of in een verkeerd deel van Amsterdam ligt (bijvoorbeeld vanwege mantelzorg).
In afwachting van het beschikbaar komen van een woning die wel voldoet, kan men verhuizen naar een interim-woning en dan een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing krijgen. Bij de daaropvolgende verhuizing naar de ‘definitieve’ (wel passende) rolstoelwoning kan men wederom in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing. Dit wordt bij de verhuizing naar de interim-woning vastgelegd in de beschikking. De aanpassingen die aan de interim-woning zullen plaatsvinden, zijn minimaal.
Uitsluitingen
a. Oude woning verlaten voordat aanvraag is ingediend.
Woont een persoon met beperkingen niet meer in de woonruimte op het moment dat een aanvraag wordt ingediend, dan dient de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing achteraf beoordeeld te worden. Onderzocht wordt wat in deze situatie de goedkoopst adequate oplossing was geweest. De omstandigheden van de oude woonruimte worden bij de besluitvorming betrokken. Voor huurders geldt dus dat de financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing in beginsel niet verleend wordt als een huuropzegging heeft plaatsgevonden voordat bij de gemeente een aanvraag is ingediend. Als huuropzegging wordt beschouwd de laatste dag waarop voor de te verlaten woning nog huur verschuldigd was en leeg opgeleverd moet worden. Voor woningeigenaren geldt hetzelfde: de aanvraag moet zijn ingediend voor de dag waarop de woning leeg opgeleverd moet zijn.
Als de aanvraag voor huuropzegging, of in geval van verkoop voor het leeg opleveren van de woning, is ingediend dan is het college in de gelegenheid advies in te winnen over de aard en omvang van de door belanghebbende ondervonden beperkingen en aan de hand van de door de extern adviseur uitgebrachte rapportage uit te maken wat in de gegeven omstandigheden de meest adequate oplossing is. Het college zal op basis hiervan een beslissing nemen over de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing.
b. Verhuizen naar bijzonder type woonruimte.
Een financiële tegemoetkoming is uitgesloten voor verhuizing naar een woonruimte die niet bestemd is om het gehele jaar te bewonen (bijvoorbeeld verhuizing naar vakantiehuizen). Als verhuisd wordt naar een Wlz-instelling, verzorgingshuis, verpleeghuis of een andere mede door de Wlz gefinancierde woonzorgvorm dan komt de persoon met beperkingen niet voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing in aanmerking. Bij verhuizing naar een woonruimte waarvoor geen huurovereenkomst maar een verzorgingsovereenkomst is afgesloten komt men niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking.
c. Algemeen gebruikelijke verhuizingen.
De kosten van een algemeen gebruikelijke verhuizing geven de persoon met beperkingen geen meerkosten ten opzichte van anderen. Daarom wordt bij een algemeen gebruikelijke verhuizing geen financiële tegemoetkoming toegekend. Voorbeelden zijn:
Voor het eerst in Nederland zelfstandig gaan wonen, zoals kinderen die zelfstandig gaan wonen, en immigranten die eerst bij familie of vrienden gaan inwonen, en vervolgens een eigen woonruimte betrekken. Dit geldt ook voor remigranten;
Verhuizen om economische redenen: een verhuizing die noodzakelijk is omdat elders ander werk wordt aanvaard;
Langzaam toenemende beperkingen, waarbij is te voorzien dat er op termijn aanpassingen in de woning nodig zijn;
Verhuizen uit een woning waarvan duidelijk is dat bewoning tijdelijk is, bijvoorbeeld omdat er een tijdelijke huurovereenkomst is die eindig is op redelijk korte termijn.
Hierbij geldt dat per aanvraag een afweging wordt gemaakt op basis van de persoonlijke omstandigheden, gezinssituatie en woonsituatie. De capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien wordt ook bij de afweging betrokken.
Aan persoon zonder beperkingen
De gemeente stelt voor een verhuizing, waardoor een rolstoelgeschikte woning vrijkomt voor een persoon met beperkingen, een financiële tegemoetkoming beschikbaar. Sinds 1 augustus 2003 kan op grond van het huurrecht in het huurcontract een bepaling worden opgenomen waardoor verhuizing van de achtergebleven huisgenoten na vertrek of overlijden van de persoon met beperkingen niet langer een vrijwillige aangelegenheid is, maar rechtens afdwingbaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.8
Woonvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2022