Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 17

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Verordening rekenkamer gemeente Heumen 2022

Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking; Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rekenkamer gemeente Heumen 2022”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van 3 februari 2022, De raad voornoemd, de griffier, de burgemeester, Nicole Collombon Joerie Minses Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Behoeft geen nadere toelichting. Artikel 2 Conform artikel 81f, eerste lid, van de wet, mogen enkel externen (waaronder niet-raadsleden en niet-commissieleden) deel uitmaken van de rekenkamer. In de voortgangsgesprekken van de werkgroep met de (voorzitter) van de rekenkamer komt o.a. de interactie met de raad, de werkwijze van de rekenkamer, zelfevaluatie en de omgang met de raad aan bod. Door een goede interactie wordt een relatie opgebouwd, Artikel 3 De rekenkamer toetst conform artikel 182, eerste lid, van de wet, op de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Artikel 4 De werkgroep rekenkamer is belast met de werving en selectie van de leden van de rekenkamer. De werkgroep werft en selecteert op basis van twee profielen: het voorzittersprofiel en het ledenprofiel. De profielen worden opgesteld door de werkgroep in overleg met de griffier. De werkgroep werft eerst een voorzitter. Voorafgaand aan de voordracht van de leden van de rekenkamer overlegt de werkgroep met de voorzitter. De benoeming voor zes jaar is conform artikel 81c, eerste lid, van de wet. In het overleg met de raad informeert de rekenkamer naar de onderzoek wensen en – ambitie van de raad. organiseert ten minste één keer per jaar een overleg met de raad om de onderzoek wensen en –ambitie van de raad te bespreken. Artikel 5 Behoeft geen nadere toelichting. Artikel 6 In geval dat een onderzoek met (een) andere gemeente(n) wordt gedaan, kan een lid zijn werkzaamheden niet verrichtten als het lid werkzaam is voor (een van) deze gemeente(n). Artikel 7 Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid hen op non-activiteit te stellen. Artikel 8 In dit artikel is de vergoeding vastgelegd die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen. Op grond van artikel 81k van de wet stelt de raad de vergoeding voor de werkzaamheden van de leden vast. Artikel 9 De rekenkamer is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het aan haar ter beschikking gestelde budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Deze zelfstandigheid van de rekenkamer ten opzichte van de raad is een borg voor een behoorlijke uitvoering van haar taak. De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad. Artikel 10 Op grond van artikel 81i, eerste lid, van de wet, stelt de rekenkamer een reglement van orde voor haar werkzaamheden en vergaderingen vast. De rekenkamer stuurt het reglement aan de raad conform artikel 81i, tweede lid, van de wet. Artikel 11 De rekenkamer dient onafhankelijk te zijn en om dit te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamer is niet verplicht een verzoek van (delen van de) benoemde partijen in te willigen. Indien de rekenkamer besluit om een goed gemotiveerd verzoek niet in te willigen zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren en deze kenbaar maken aan de verzoeker(s). Artikel 12 Om te waarborgen dat de rekenkamer bij de uitvoering van haar onderzoeken over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is op grond van artikel 183 van de wet voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte betrokkene(n) de kans en voldoende tijd krijgt/krijgen om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) conceptonderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betrokkene(n) worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden te corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de concept conclusies en -aanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. De rekenkamer brengt een definitief rapport en een nota met conclusies en aanbevelingen naar buiten. Afhankelijk van de onderzoek ambitie van de raad kan extern onderzoek of een QuickScan gedaan worden of een combinatie hiervan. Indien nodig kan de samenwerking gezocht worden met andere rekenkamers. Artikel 13 De rekenkamer kan worden bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Het is aan de rekenkamer om de behoefte daaraan kenbaar te maken. De ambtelijk secretaris wordt, zo nodig, geleverd door de griffie. Artikel 14 De rapporten van de rekenkamer zijn in beginsel openbaar, maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. Artikel 15 Op grond van artikel 185, derde lid, van de wet, stelt de rekenkamer elk jaar vóór 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. Artikel 16 Behoeft geen nadere toelichting. Artikel 17 Behoeft geen nadere toelichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel