Een voorwaarde voor het ontvangen van door de gemeente Lopik betaalde hulp volgens de Jeugdwet of Wmo is dat de jeugdige/inwoner volgens het woonplaatsbeginsel zijn hoofdverblijf in Lopik heeft. Voor een jeugdige geldt dat in principe de woonplaats van de met gezag belaste ouder(s) de woonplaats is. Oefenen beide ouders samen het gezag over hun minderjarige kind uit, maar hebben zij niet dezelfde woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft, dan wel laatstelijk heeft verbleven.
(NB Per 1 januari 2022 komt er een wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. In het aangepaste woonplaatsbeginsel is de woonplaats van het kind volgens de Basisregistratie Personen (BRP) bepalend voor de financiering. Verblijft het kind in een instelling, dan is de oorspronkelijke gemeente waar het kind woonde verantwoordelijk. Het woonplaatsbeginsel volgt altijd de regeling uit de Jeugdwet. Het aangepaste woonplaatsbeginsel geldt ook voor de Wmo.
Hoofdstuk › Paragraaf 1.
Artikel 1.3
Woonplaats
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning september 2021