Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1.

Artikel 1.6

Gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen en mantelzorg

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning september 2021

Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van iemands huisgenoten. Tot de huisgenoten worden gerekend: de partner, ouders, inwonende kinderen en anderen met wie de jeugdige/inwoner duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoond. In de Jeugdwet is het begrip gebruikelijke hulp niet gedefinieerd. In artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 wel. In het kort komt het erop neer dat van een partner, ouder, kind of andere huisgenoten een bijdrage in de ondersteuning wordt verwacht als één van de gezinsleden dat nodig heeft. Dit gaat om de normale dagelijkse activiteiten in een samenlevingsverband (gezin). Bij het beoordelen van de aanwezige gebruikelijke hulp is het van belang om toeval en willekeur te voorkomen. Het hangt af van de sociale relatie welke hulp mensen elkaar moeten bieden: hoe intiemer de relatie, des te meer hulp mensen elkaar geacht worden te geven. Als het gebruikelijk is dat mensen elkaar in een bepaalde situatie hulp bieden, zoals bijvoorbeeld ouders aan hun kinderen, is dat met betrekking tot jeugdhulp niet vrijblijvend. Hierbij wordt vanzelfsprekend wel gekeken naar eventuele beperkingen van de huisgenoten die voor het bieden van de gebruikelijk hulp in aanmerking komen. Per situatie zal dan ook beoordeeld moeten worden in hoeverre de persoon waarmee de jeugdige/inwoner in een huishouden samenleeft, daadwerkelijk in staat is tot het verlenen van gebruikelijke hulp. Van ouders en huisgenoten (18+) mag in beginsel worden verwacht dat zij naast bezigheden zoals een fulltime baan of fulltime studie, in staat worden geacht tot het verlenen van gebruikelijke hulp. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het bieden van begeleidingshandelingen in het normale patroon van dagelijkse begeleiding van ouders aan een kind. Als er sprake is van fysieke afwezigheid van de ouder/huisgenoot gedurende een aantal dagen of nachten per week, waardoor de ouder/huisgenoot op die momenten niet in staat is om gebruikelijke hulp te verlenen (bijvoorbeeld in het geval als een van de ouders een baan heeft waarbij dat vereist is), dan kan de gemeente ondersteuning inzetten voor de niet uitstelbare taken. De gemeente zal dan de begeleidingshandelingen die niet kunnen worden uitgesteld overnemen. Van de ouder/huisgenoot wordt vervolgens verwacht om de uitstelbare taken te verrichten zodra hij/zij weer aanwezig is. Indien een inwoner problemen ervaart bij het uitvoeren van huishoudelijke taken, dan dienen deze taken door anderen binnen de leefeenheid te worden overgenomen volgens de richtlijnen in onderstaand kader. Het ‘niet gewend zijn om’ of ‘geen ondersteuning willen en/of kunnen verrichten’ zijn geen redenen om een maatwerkvoorziening toe te kennen. Wanneer vaardigheden missen, kan een tijdelijke indicatie (maximaal zes weken) worden afgegeven voor het aanleren van bijvoorbeeld huishoudelijke taken. De taak wordt dan niet overgenomen maar via instructies aangeleerd. Ook studie, drukke werkzaamheden, lange werkweken of veel reistijd vormen geen reden om geen gebruikelijke hulp te kunnen bieden. Immers, iedereen die werkt of studeert zal naast zijn werk of studie het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor moeten zoeken. Bijdrage van huisgenoten en inwonende kinderen aan het huishouden In geval de leefeenheid van de inwoner mede bestaat uit kinderen, dan wordt ervan uitgegaan dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd/ontwikkelingsfase en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding. Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand doen. Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen, kleding in de wasmand doen, eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen. Huisgenoten van 18 tot en met 23 jaar worden verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Het gaat hierbij om de volgende taken: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en één kamer; de was doen; boodschappen doen; maaltijd verzorgen; afwassen en opruimen. Indien nodig kan opvang van jongere gezinsleden tot hun taken horen. Huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen huishoudelijke taken volledig overnemen (meerpersoonshuishouden voeren) wanneer de inwoner uitvalt. Er zijn enkele uitzonderingssituaties waarbij gebruikelijke hulp niet geboden kan worden, dit zijn: Beperkingen Als uit een objectief onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, beperking, handicap of probleem, waardoor redelijkerwijs de taken niet overgenomen kunnen worden. Fysieke afwezigheid in verband met werk Indien een huisgenoot vanwege werkzaamheden langdurig van huis is. Bijvoorbeeld bij internationaal rijdende vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de offshore of beroepsmilitairen. Vuistregels hierbij zijn dat het een aaneengesloten werkperiode betreft van zeven etmalen, dat de afwezigheid inherent is aan het werk en het werk een verplichtend karakter heeft. (Dreigende) overbelasting Wanneer degene die gebruikelijke zorg dient te verlenen overbelast is of als overbelasting dreigt, kan afgeweken worden van de regels rond gebruikelijke hulp. Inzet van de (tijdelijke) maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning (HO) kan een oplossing bieden. Belangrijk hierbij is om daarnaast afspraken te maken met de inwoner en zijn huisgenoten over welke stappen er worden genomen t.a.v. de overbelasting. Een voorziening wordt niet verstrekt als deze algemeen gebruikelijk is. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria (op basis van jurisprudentie Centrale Raad van Beroep): Niet speciaal bedoeld voor personen met een beperking. Verkrijgbaar in de reguliere handel (algemeen verkrijgbaar). Niet (of niet veel duurder) dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen. Behorend tot het normale aanschaffingspatroon van een persoon zonder beperkingen in een financieel vergelijkbare positie. In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd vanwege omstandigheden van de persoon toch niet algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plotseling optredende beperking waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal moeten worden vervangen. Ook wanneer de persoon een inkomen heeft dat door aantoonbare kosten, als gevolg van de beperking, onder de van toepassing zijnde bijstandsnorm dreigt te komen, kan een algemeen gebruikelijke voorziening voor vergoeding in aanmerking komen. De gemeente beoordeelt bij elke hulpvraag of er sprake is van mantelzorg. Hierbij dient het te gaan om hulp die verder gaat dan de hulp die mensen elkaar geacht worden te geven op basis van algemeen aanvaarde opvattingen over wat gebruikelijke hulp is. Bij het verlenen van mantelzorg gaat het in feite om iets extra’s, dat qua duur en qua intensiteit de normale gang van zaken overstijgt. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om hulp die wordt verleend in de uitoefening van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg is niet het bieden van gebruikelijke hulp, mantelzorg overstijgt de gebruikelijke hulp. Van belang is de balans tussen draagkracht en draaglast van de mantelzorger. Waar nodig en mogelijk ontvangt de mantelzorger ondersteuning. Het is van belang om mantelzorg te onderscheiden van vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk wordt doorgaans gedefinieerd als werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving. Mantelzorg betreft bijvoorbeeld de begeleiding die een familielid biedt aan een jeugdige of de ondersteuning door een kind bij de huishoudelijke taken van de ouder(s).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel