Indien de voorgaande voorzieningen niet aanwezig zijn of geen of onvoldoende oplossing bieden, kan (aanvullend daarop) een maatwerkvoorziening of individuele voorziening worden ingezet. Deze kunnen bestaan uit ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) of uit voorzieningen in natura (ZIN). (Zie hoofdstuk 3 Verstrekkingsvormen). De verstrekking is altijd gebaseerd op de goedkoopst compenserende voorziening en zolang als noodzakelijk om passend te indiceren. Bij verlengde jeugdhulp wordt de indicatie in principe voor maximaal een jaar verstrekt. Ieder half jaar wordt geëvalueerd of de jongere nog op de juiste plek zit en of er gewerkt wordt aan uitstroom uit de jeugdhulp.
Hoofdstuk › Paragraaf 1.
Artikel 1.9
Maatwerkvoorzieningen (Wmo) en individuele voorzieningen (Jeugdwet)
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning september 2021