Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 1.

Aan- of uitbouwen bij een woning

Onderdeel van Welstandsnota

1a. Aan- of uitbouwen aan de voorgevel of zichtbare zijgevel: (SCHEMA IN PDF) Vereisten - Bouwwerk is mogelijk volgens het bestemmingsplan, het betreft geen monument en ligt niet binnen een beeldkwaliteitsplan. Plaatsing Gebouwd aan: - De oorspronkelijke voorgevel; - Een naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke zijgevel. Vorm - Rechthoekige of een andere eenvoudige hoofdvorm; - Geen doorgetrokken dakvlakken van het hoofdgebouw; - Kapvorm: plat, schuin afgedekt tot 15 graden of dezelfde dakhelling als het hoofdgebouw; - Aan de voorgevel: zonder vergroting van de oorspronkelijke gevelopening(en). Maatvoering Hoogte: - Maximaal 4 meter gemeten vanaf het aansluitende terrein; - Maximaal 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw. Of, indien schuin afgedekt: - Goothoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, maximaal 3 meter; - Daknok, gemeten vanaf het aansluitend terrein, maximaal 5 meter; - Daknok maximaal tot de borstwering van de ramen op de verdieping; - Hoogte daktrim, bovendorpel of boeiboord is minder dan 0,25 meter Diepte: - Aan de voorgevel en zijgevel minder dan 1,5 meter. Materiaal - Overeenkomstig materiaal hoofdgebouw, of, als een serre wordt gebouwd, van glas. Kleur - Overeenkomstig kleurgebruik hoofdgebouw. Bijzonder welstandsniveau - Bij plannen binnen het bijzondere welstandsniveau kunnen meer eisen worden gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres gelden. 1a. Aan-/uitbouw aan de zichtbare zijgevel 1b. Aan- of uitbouwen aan de achtergevel en de niet openbaar gelegen zijgevel: SCHEMA IN PDF Vereisten - Bouwwerk is mogelijk volgens het bestemmingsplan, het betreft geen monument en ligt niet binnen een beeldkwaliteitsplan. Plaatsing - Direct aan de oorspronkelijke achter- of zijgevel, 1 m terug van de voorgevelrooilijn Vorm - Plat afgedekt, of schuin afgedekt tot 15 graden; of dezelfde dakhelling als het hoofdgebouw; - Geen doorgetrokken dakvlakken vanaf het hoofdgebouw. Maatvoering Hoogte: - Maximaal 4 meter, gemeten vanaf het aansluitende terrein; - Maximaal 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw. Of, indien schuin afgedekt: - Daknok maximaal 5 meter, gemeten vanaf het aansluitend terrein; - Daknok maximaal tot de borstwering van de ramen op de verdieping; Percentage bebouwd: - Zij- of achtererf voor niet meer dan 50% bebouwd. Materiaal - Overeenkomstig materiaal hoofdgebouw, of, als een serre wordt gebouwd, van glas. Kleur - Overeenkomstig kleurgebruik hoofdgebouw. Bijzonder welstandsniveau - Bij plannen binnen het bijzondere welstandsniveau kunnen meer eisen worden gesteld. Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres gelden. 1b. Aan- / uitbouwen aan de achtergevel

Rechtspraak bij dit artikel