1a. Aan- of uitbouwen aan de voorgevel of zichtbare zijgevel:
(SCHEMA IN PDF)
Vereisten
- Bouwwerk is mogelijk volgens het bestemmingsplan, het betreft geen monument en ligt niet binnen een beeldkwaliteitsplan.
Plaatsing
Gebouwd aan:
- De oorspronkelijke voorgevel;
- Een naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke zijgevel.
Vorm
- Rechthoekige of een andere eenvoudige hoofdvorm;
- Geen doorgetrokken dakvlakken van het hoofdgebouw;
- Kapvorm: plat, schuin afgedekt tot 15 graden of dezelfde dakhelling als het hoofdgebouw;
- Aan de voorgevel: zonder vergroting van de oorspronkelijke gevelopening(en).
Maatvoering
Hoogte:
- Maximaal 4 meter gemeten vanaf het aansluitende terrein;
- Maximaal 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw.
Of, indien schuin afgedekt:
- Goothoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, maximaal 3 meter;
- Daknok, gemeten vanaf het aansluitend terrein, maximaal 5 meter;
- Daknok maximaal tot de borstwering van de ramen op de verdieping;
- Hoogte daktrim, bovendorpel of boeiboord is minder dan 0,25 meter
Diepte:
- Aan de voorgevel en zijgevel minder dan 1,5 meter.
Materiaal
- Overeenkomstig materiaal hoofdgebouw, of, als een serre wordt gebouwd, van glas.
Kleur
- Overeenkomstig kleurgebruik hoofdgebouw.
Bijzonder welstandsniveau
- Bij plannen binnen het bijzondere welstandsniveau kunnen meer eisen worden gesteld.
Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres gelden.
1a. Aan-/uitbouw aan de zichtbare zijgevel
1b. Aan- of uitbouwen aan de achtergevel en de niet openbaar gelegen zijgevel:
SCHEMA IN PDF
Vereisten
- Bouwwerk is mogelijk volgens het bestemmingsplan, het betreft geen monument en ligt niet binnen een beeldkwaliteitsplan.
Plaatsing
- Direct aan de oorspronkelijke achter- of zijgevel, 1 m terug van de voorgevelrooilijn
Vorm
- Plat afgedekt, of schuin afgedekt tot 15 graden; of dezelfde dakhelling als het hoofdgebouw;
- Geen doorgetrokken dakvlakken vanaf het hoofdgebouw.
Maatvoering
Hoogte:
- Maximaal 4 meter, gemeten vanaf het aansluitende terrein;
- Maximaal 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning of het woongebouw.
Of, indien schuin afgedekt:
- Daknok maximaal 5 meter, gemeten vanaf het aansluitend terrein;
- Daknok maximaal tot de borstwering van de ramen op de verdieping;
Percentage bebouwd:
- Zij- of achtererf voor niet meer dan 50% bebouwd.
Materiaal
- Overeenkomstig materiaal hoofdgebouw, of, als een serre wordt gebouwd, van glas.
Kleur
- Overeenkomstig kleurgebruik hoofdgebouw.
Bijzonder welstandsniveau
- Bij plannen binnen het bijzondere welstandsniveau kunnen meer eisen worden gesteld.
Zie daarvoor de gebiedsgerichte criteria die voor het adres gelden.
1b. Aan- / uitbouwen aan de achtergevel