In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - markt: een door burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet ingestelde warenmarkt;
  • - standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
  • - vaste standplaats: de standplaats die voor een termijn van maximaal 20 jaar ter beschikking is gesteld;
  • - dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats toegewezen dan wel ingenomen is;
  • - standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
  • - standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een standwerker;
  • - marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door burgemeester en wethouders;
  • - marktcommissie: commissie bestaande uit maximaal drie vaste standplaatshouders, die door de vaste standplaatshouders zijn aangewezen hen te vertegenwoordigen;
  • - vergunninghouder: degene aan wie door burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats of standwerkersplaats.