1.. Burgemeester en wethouders trekken een vergunning in:

  • - op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;
  • - bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 9 de vergunning wordt overgeschreven.

2.. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning, al dan niet voorwaardelijk of tijdelijk, intrekken als:

  • - ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
  • - de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
  • - de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of
  • - de houder van een vergunning voor een standwerkersplaats niet als standwerker actief is op een aan hem toegewezen standwerkersplaats.

3.. Als degene op wie een vergunning ingevolge artikel 9 is overgeschreven, al beschikt over een vergunning voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, dan wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.