Het college kan een graf ruimen indien:
de termijn waarvoor een grafrecht is uitgegeven, op grond van artikel 18, eerste lid, onder a, is verlopen;
de rechthebbende het grafrecht, op grond van artikel 18, eerste lid, onder b jo. tweede lid, schriftelijk heeft opgezegd;
het college het grafrecht, op grond van artikel 18, derde lid, vervallen heeft verklaard.
Het college maakt de ruiming van een graf, urnengraf of urnen nis tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd wordt per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf of een urnen nis betreft, aan de gebruiker bekend.
Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf of urnen nis gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming bekend door middel van een bordje bij het graf en met een mededeling bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Hierbij wordt melding gemaakt van de mogelijkheden in het zesde lid van dit artikel.
De beheerder draagt er zorg voor dat bij de ruiming van het graf, met eventueel nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.
Bij de ruiming van een graf worden de eventueel nog aanwezige menselijke resten begraven. De as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.
De rechthebbende op een graf of de gebruiker van een algemeen graf kan, binnen de termijn in het tweede, bij de beheerder een aanvraag indienen:
de stoffelijke resten te verzamelen voor herbegraving of crematie;
de asbus ter beschikking te houden voor herbegraving of bijzetting dan wel voor het verstrooien van de as.
Het college kan nadere regels vaststellen over het ruimen en bezorgen van overblijfselen en as.
Hoofdstuk 6
Artikel 28
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Súdwest-Fryslân 2022