Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Ordemaatregelen

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Súdwest-Fryslân 2022

Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen, verboden anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen of aan gedenkplaatsen te verrichten. Het is verboden zonder toestemming van de beheerder een begraafplaats te betreden met of op: een motorrijtuig, een motorfiets, een scooter, een bromfiets; een (huis)dier. Het tweede lid is niet van toepassing voor: motorrijtuigen die deel uitmaken van een begrafenisplechtigheid of die materialen vervoeren voor (onderhouds-) werkzaamheden in, op of aan een begraafplaats; één of meer trekdier(en) voor een koets of een ander voertuig dat deel uitmaakt van een begrafenisplechtigheid; de eigenaar of de houder van een geleidehond die zich vanwege een handicap door die hond laat geleiden. Het is verboden op een begraafplaats: op de zitbanken te staan, te liggen of deze op enigerlei wijze te beschadigen; gedenktekens, beplanting, gereedschap of andere eigendommen te beschadigen of te vernielen; verwelkte bloemen, afgestorven grafbeplanting, snoeiafval, onkruid en dergelijke anders dan in de daarvoor bestemde vuilnisbakken te deponeren; bloemen of andere waren te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen over gedenktekens, grafbedekkingen of beplantingen. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die (onderhouds-) werkzaamheden op een begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich, in het belang van de orde, rust en netheid op een begraafplaats, te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Degenen die zich niet aan aanwijzingen van de beheerder houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Rechtspraak bij dit artikel