Subsidies tot €15.000,- worden door het college:
direct vastgesteld of;
ambtshalve vastgesteld binnen 8 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.
Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Wanneer de subsidie meer bedraagt dan €15.000,- maar minder dan €50.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 8 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.
Wanneer de subsidie meer bedraagt dan €50.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
bij een incidentele subsidie, uiterlijk 8 weken na het verricht zijn van de activiteiten;
bij een jaarsubsidie, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, of 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.
De aanvraag tot vaststelling bevat:
een financieel verslag, en
een activiteitenverslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en in hoeverre de aangegeven doelen zijn gerealiseerd. Bij nadere regel kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.
Wanneer de subsidie meer dan €100.000,- bedraagt, bevat de aanvraag tot vaststelling ook een accountantsverklaring. Is de subsidieontvanger ingevolge wettelijk voorschrift verplicht tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, legt hij deze jaarrekening tevens over. Bij nadere regel kunnen andere gegevens worden verlangd.
Het college stelt de subsidie vast binnen 8 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste 8 weken worden verlengd. Bij nadere regel kunnen andere termijnen worden gesteld.