Voor het houden van een evenement is volgens artikel 2.2.2 van de Algemene plaatselijke verordening 2013 Gemeente Beesel (hierna: de APV) een vergunning van de burgemeester vereist. De wettelijke grondslag voor dit artikel staat in artikel 174 van de Gemeentewet. In het eerste lid van dat artikel staat dat de burgemeester is belast met het toezicht op de openbare bijeenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Het derde lid van dat artikel bepaalt dat de burgemeester belast is met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.
Omdat de burgemeester bevoegd is een aanvraag voor een evenementenvergunning te verlenen dan wel te weigeren, heeft de burgemeester ook de bevoegdheid om voor deze afweging beleidsregels op te stellen. De wettelijke grondslag hiervoor is staat in artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
Naast de APV kunnen ook de Drank- en Horecawet, de Wegenverkeerswet, Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen en de Wet milieubeheer van toepassing zijn bij de organisatie van evenementen.
2.2.1Algemene Plaatselijke Verordening
De gemeente Beesel maakt gebruik van de Algemene plaatselijke verordening 2013 Gemeente Beesel zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 6 mei 2013 (inclusief wijzigingen). Deze verordening is het beheersinstrument waarin wij naast de landelijke wet- en regelgeving ook op lokaal niveau regelgeving vastleggen.
Op het toezicht op evenementen is afdeling 2 van de APV van toepassing. In artikel 2.2.1 staan de begripsomschrijvingen, in artikel 2.2.2 staan voorschriften inzake de vergunningplicht en in de artikelen 2.2.2a en 2.2.3 staan overige voorschriften en nadere regels. Naast afdeling 2 die specifiek gericht is op evenementen zijn onder andere ook de artikelen 4.1.2 (aanwijzing collectieve feestdagen) en 4.1.3 (incidentele festiviteiten) van toepassing zodra festiviteiten plaatsvinden in bestaande inrichtingen.
Uitvoering APV
Op basis van artikel 2.2.2 van de APV is het in beginsel verboden om zonder een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren of houden. De termijn voor het indienen van een aanvraag voor een evenementenvergunning is minimaal 8 weken voorafgaand aan de beoogde datum van het evenement. Een te laat ingediende vergunningaanvraag kan worden geweigerd (APV, art. 2.2.2, lid 6). De aan de vergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen mogen zich slechts strekken tot het beschermen van de belangen waarvoor de vergunning of ontheffing vereist is.
1. Meldings-, of vergunningplichtig
Ter vermindering van administratieve lasten geldt voor kleine evenementen een meldingsplicht in plaats van een vergunningplicht. Om voor alle evenementen een duidelijke situatie te realiseren zijn grenswaarden gesteld voor de meldingsplicht en vergunningplicht.
Meldingsplichtig evenement
Onder een meldingsplichtig evenement verstaan wij een evenement met maximaal 1000 bezoekers waarbij geen sprake is van alcoholgebruik of waarbij gematigd alcoholgebruik van ondergeschikt belang is. Of een evenement met maximaal 200 bezoekers indien wel sprake is van alcoholgebruik.
Opmerking: Voorbeelden van meldingsplichtige evenementen zijn buurtfeesten, optochten, concours hippique, waarbij mogelijk sprake is van achtergrondmuziek en de bezoekers en verkeersbewegingen slechts een beperkte invloed hebben op de omgeving. Bij onduidelijkheid over het criterium wel of niet ‘gematigd alcoholgebruik van ondergeschikt belang’ beoordeelt het bevoegd gezag of sprake is van een meldings- of vergunningplicht.
Vergunningplichtig evenement
Onder een vergunningplichtig evenement verstaan wij een evenement met meer dan 1000 bezoekers, of een evenement met meer dan 200 bezoekers waarbij sprake is van alcoholgebruik.
Behalve bovengenoemde criteria geldt ook voor een evenement behorend tot geluidscategorie 1 of 2 de vergunningplicht. Deze geluidscategorieën zijn uitgewerkt in paragraaf 3.4 van deze beleidsnotitie.
Voorbeelden van vergunningplichtige evenementen zijn grote sportevenementen, tentfeesten en overige evenementen waarbij de bezoekers, geluidsproductie en verkeersbewegingen van grote invloed zijn op de omgeving.
2. Evenementen in een Wm-inrichting (definitie Wet milieubeheer)
Voor evenementen die plaatsvinden binnen een Wm-inrichting gelden de algemene regels voor die inrichting zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer dan wel de voorschriften rechtstreeks geldend vanuit de omgevingsvergunning (geluidvoorschriften uitgezonderd).
Artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit regelt dat de reguliere geluidnormen voor een Wm-inrichting, zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit, niet van toepassing zijn op festiviteiten die in een gemeentelijke verordening zijn aangewezen, dan wel andere festiviteiten waarvan het aantal krachtens een gemeentelijke verordening is aangewezen. In de gemeente Beesel gelden hiervoor de artikelen 4.1.2 en 4.1.3 van de APV. Op basis van die artikelen hebben we regels voor collectieve en incidentele festiviteiten vastgelegd.
Collectieve festiviteiten:
Bij collectieve festiviteiten betreft het festiviteiten die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen verbonden zijn. In het Evenementenbeleid van 2004 en de herzieningen in 2008, 2011 en 2016 zijn in overleg met Horeca Nederland, afdeling Beesel en Reuver de volgende collectieve dagen aangewezen:
Oudjaar;
Nieuwjaar;
Carnavalszaterdag tot en met carnavalsdinsdag;
Koningsnacht;
Kermiszaterdag tot en met kermiswoensdag (geldend voor de kermissen in Beesel en Reuver);
11 november.
Ook in dit nieuwe beleid blijven deze collectieve dagen gehandhaafd.
Incidentele festiviteiten:
Incidentele festiviteiten zijn festiviteiten die aan één of een klein aantal inrichtingen gebonden zijn. Het maximum aantal dagen waarop we binnen een Wm-inrichting een incidentele festiviteit toestaan hebben we in artikel 4.1.3 van de APV vastgesteld op 9 dagen per kalenderjaar.
Als een collectieve of incidentele festiviteit in zijn geheel past binnen de milieumelding dan wel omgevingsvergunning van de inrichting, is geen melding of vergunningaanvraag nodig voor die festiviteit. Als een organisator bij een incidentele festiviteit aanspraak wil maken op een verruiming van de geluidnormen van het Activiteitenbesluit, dan is voor die verruiming wél een melding noodzakelijk volgens artikel 4.1.3 van de APV.
Geluidnormen tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen Wm-inrichtingen:
Voor festiviteiten binnen inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer, geldt tijdens collectieve festiviteiten en incidentele festiviteiten (alleen in combinatie met een melding) een verruiming van de reguliere geluidnormen.
Zoals we hebben vastgesteld in ons geluidbeleid van 2018 (paragraaf 4.6) verruimen wij de geluidnormen voor LArLt (gemiddelde belasting) en LAmax (piekbelasting) van tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit met 20 decibel (hierna: dB) tijdens collectieve en incidentele activiteiten (zie bijlage 2: geluidnormen bij collectieve en incidentele festiviteiten in Wm-inrichtingen). Metingen en beoordelingen vinden in dit kader plaats conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.
Om alle type Wm-inrichtingen gelijk te stellen voor zover het geluid bij festiviteiten betreft, gelden tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen inrichtingen type C (vergunningplichtig) dezelfde geluidnormen als tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen inrichtingen type A en B (niet vergunningplichtig).
Opmerking: Met collectieve en incidentele festiviteiten binnen een Wm-inrichting bedoelen we een festiviteit binnen de inrichting die in zijn geheel past binnen de milieumelding of omgevingsvergunning. Zodra iemand bij een festiviteit extra voorzieningen treft bovenop de reguliere bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het plaatsen van een extra tent of geluidsinstallatie), is sprake van een evenement wat te allen tijde buiten de collectieve en incidentele festiviteiten valt. Voor die evenementen gelden de regels voor evenementen in de openbare ruimte en op privéterreinen.
Uitgezonderd bovengenoemde geluidnormen zijn voor collectieve en incidentele festiviteiten de regels zoals opgesteld in paragraaf 2.2.1 tot en met 2.2.5, en hoofdstuk 3 van deze beleidsnotitie van toepassing.
Eindtijden verruiming geluidnormen tijdens collectieve en incidentele festiviteiten binnen Wm-inrichtingen:
De eindtijden voor de verruiming van de geluidnormen met 20 dB stellen we gelijk aan de eindtijden zoals voorgeschreven in paragraaf 3.4 voor evenementen. Dat wil zeggen dat de verruiming van de geluidnormen geldt tot 01:00 uur voor Wm-inrichtingen gelegen binnen de bebouwde kom en tot 01:30 uur voor Wm-inrichtingen gelegen buiten de bebouwde kom. Ter bescherming van omwonenden gelden na 01:00 dan wel 01:30 uur ’s nachts de reguliere geluidnormen voor inrichtingen conform het Activiteitenbesluit of de omgevingsvergunning.
3. Evenementen in de openbare ruimte en op privéterreinen
Evenementen in de openbare ruimte en op privéterreinen zijn alle georganiseerde evenementen die niet passen binnen de kaders van collectieve en incidentele festiviteiten.
Voor evenementen georganiseerd in de openbare ruimte of op een privéterrein gelden de regels zoals opgesteld in paragraaf 2.2.1 tot en met 2.2.5, en hoofdstuk 3 in deze beleidsnotitie.