Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Beleidsregel kamerverhuur

Het college weigert de afwijking van het bestemmingsplan voor kamerverhuur wanneer: kamerverhuurkamerverhuur is aangevraagd voor een gebouw dat in het geldende bestemmingsplan niet is bestemd voor “ wonen” of “woondoeleinden”; kamerverhuur is aangevraagd voor bijgebouw, aan- of uitbouw of een ander bijbehorend bouwwerk; het gebouw waarvoor de afwijking is aangevraagd niet voldoet aan de voor kamerverhuur geldende eisen vanuit de Bouwverordening, het Bouwbesluit en Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit); voor een huurder minder dan de 24 m2 gebruiksoppervlakte aan gezamenlijke en eigen woonruimten aanwezig is als bedoeld in de bouwverordening en het bouwbesluit. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat afwijking van het bestemmingsplan kan leiden tot een verstoring van: de openbare orde; openbare veiligheid openbare gezondheid; een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. de kamerverhuur leidt tot een woningsplitsing waarbij zelfstandige woonruimten ontstaan in één woning of woongebouw. er mogelijk sprake is van onevenredige overlast bij aangrenzende of bij belendende woningen; onvoldoende parkeerruimte op eigen terrein aanwezig is. Het college hanteert hiervoor een norm van ½ parkeerplaats op eigen terrein per onzelfstandige woonruimte. Het aantal benodigde parkeerplaatsen rondt het college altijd naar boven af. het belang dat de aanvrager heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling van dit belang betrekt het college ook de ligging en de te verwachten vraag naar het type woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft. Burgemeester en wethouders weigeren het besluit als er sprake is van één van de bovenstaande weigeringsgronden.

Rechtspraak bij dit artikel