1.2.1.Vroegtijdige detectie en afhandeling
Het doel is om fraudesignalen in een vroeg stadium te signaleren, zodat hierop direct adequaat gereageerd kan worden. Met vroegtijdig ingrijpen blijft de (financiële) schade voor zowel de klant als de gemeente zoveel mogelijk beperkt.
In het kader van signaalsturing worden alle inkomende signalen op relevantie beoordeeld en zo nodig nader onderzocht. Het college kan in haar onderzoek gebruik maken van verschillende instrumenten:
1.2.1.1.Consultgesprekken
Als er lichte twijfel bestaat over de rechtmatigheid van bijstandsaanvraag/ bijstandsverlening kan met Handhavers door middel van consultgesprekken worden besproken op welke wijze de twijfel kan worden weggenomen. Dit wordt gedaan om onnodige handhavingsonderzoeken te voorkomen en de dienstverlening te versnellen.
1.2.1.2.De combinatie dossieranalyse, verificatie en validatie
Als er een signaal binnenkomt over mogelijke onrechtmatigheid van de uitkering van betrokkene(n) is het van belang om een dossieronderzoek uit te voeren, waarbij het gaat om het controleren van de juistheid van de gegevens uit de beschikbare uitkeringsadministratie in relatie tot de feitelijke situatie. In dit geval prevaleert een dossieronderzoek (lichte maatregel) boven een zware maatregel, zoals een huisbezoek. Verder kan er naast de traditionele bronnen, ook voor gekozen worden om de open bronnen op het internet te raadplegen. Dit kan alleen wanneer twijfel over de rechtmatigheid van de bijstandsuitkering, door het raadplegen van de uitkeringsadministratie, niet is weggenomen. Daarnaast moeten online bronnen van evidente toegevoegde waarde zijn voor het verder vaststellen van de rechtmatigheid.
Internetonderzoek
De uitkeringsgerechtigde heeft de plicht om alle gegevens te verstrekken die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand (artikel 17 Participatiewet). De Raad heeft het college in de handhavingsverordening de opdracht gegeven de rechtmatigheid van de bijstandsverlening te controleren wanneer dat nodig is. Dat doet het college aan de hand van informatie en bewijsstukken die de betrokkene zelf aanlevert, bestandskoppelingen en eigen onderzoek. De Awb en de Participatiewet (artikel 53a Participatiewet) bieden hiervoor grondslagen. Als er een gegrond vermoeden (signaal) van fraude of misbruik is, dan volgt er een rechtmatigheidscontrole.
Het is in dit geval dan toegestaan om, wanneer dit van toegevoegde waarde is, onder meer openbaar toegankelijke bronnen op internet te raadplegen. Dit betekent niet dat er onbeperkt online-onderzoek gedaan kan worden.
1.2.1.3.Waarneming ter plaatse
Heimelijke waarnemingen
Het college is bevoegd om voor de vaststelling van het recht op uitkering waarnemingen ter plaatse te doen. Tijdens dit onderzoek is het mogelijk om middels eigen waarneming gegevens vast te leggen die relevant zijn voor de beoordeling van het recht op uitkering, zonder de betrokken persoon hiervan vooraf op de hoogte te stellen. Dit is een zwaar middel.
Als er tijdens een fraudeonderzoek gebruik wordt gemaakt van heimelijke waarneming, dan moet het college de betrokkene(n) na afloop van dit onderzoek actief hierover informeren (artikel 14 Algemene Verordening Gegevensverwerking (hierna: AVG).
1.2.1.4.Confrontatie
De betrokkene heeft het recht van hoor en wederhoor. Dit betekent dat het college de betrokkene in de gelegenheid stelt in een gesprek te reageren op het bewijs dat de gemeente tegen hem heeft verzameld over mogelijke onrechtmatigheid.
1.2.1.5.Huisbezoek
In het kader van het voorkomen van onrechtmatig gebruik dient bij elk onderzoek de menselijke maat in acht te worden genomen. Enerzijds betekent dit dat een huisbezoek bij een klant in redelijke verhouding moet staan tot het doel dat voor ogen is (proportionaliteit). Anderzijds moet bij het inzetten van handhavingsinstrumentaria steeds de afweging gemaakt worden welk middel gerechtvaardigd is in een specifieke situatie van de klant. Is er een minder ingrijpend middel voorhanden, dan dient te worden afgezien van het zwaarwegende middel (subsidiariteit).
Informed consent
Het betreden van een woning kan pas plaatsvinden als er sprake is van 'informed consent' (=geïnformeerde toestemming). Dit houdt in dat de toestemming van de betrokkene berust op volledige en juiste informatie over reden en doel van het huisbezoek en over de gevolgen die het weigeren van toestemming voor de (verdere) verlening van bijstand heeft.
Cautie
De bestuursrechtelijke cautie is opgenomen in artikel 5:10a Awb. Hierin staat dat degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een bestraffende sanctie, niet verplicht is ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen. Een bestraffende sanctie beoogt de overtreder van de geschonden bestuursrechtelijke norm leed toe te voegen. Hierbij valt te denken aan de bestuurlijke boete.
Concreet betekent het voorgaande dat de betrokkene niet verplicht is een verklaring af te leggen.
Vóór het gesprek wordt in dat geval aan de betrokkene medegedeeld dat hij/zij niet verplicht is tot antwoorden. De cautie hoeft alleen te worden gegeven aan degene die wordt verdacht van een overtreding (dus niet aan een getuige of buurtbewoner), vanaf het moment dat er een redelijk vermoeden van schuld bestaat (dus niet daarvoor).
1.2.1.6.Aanwijzing toezichthouder
Het college heeft op grond van artikel 76a Participatiewet de bevoegdheid om toezichthouders bij besluit aan te wijzen. Deze toezichthouders hebben bevoegdheden als genoemd in artikelen 5:11 Awb en verder.2 Zie Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 5, titel 5.2.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2.
Repressie
Onderdeel van Beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW,IOAZ en Bbz 2021