**1..** De bestuurlijke boete wordt nooit hoger vastgesteld dan de maximumboete, zoals die zou kunnen worden opgelegd op grond van artikel 23, vierde lid Wetboek van Strafrecht (Hierna: Sr).
**2..** De bepalingen omtrent de hoogte van de bestuurlijke boete worden in acht genomen.4 Zoals genoemd in artikelen 18a Participatiewet, 20a van de IOAW, artikel 20a van de IOAZ en artikel 2 van het Boetebesluit socialezekerheidswetten
**3..** Onverminderd artikel 18a Participatiewet, artikel 20a IOAW en artikel 20a IOAZ, dient de bestuurlijke boete te worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 5:46 lid 2 Awb.
**4..** De bepalingen omtrent verminderde verwijtbaarheidssituaties worden in acht genomen.5 Zoals genoemd in artikel 2, lid 5, en 2a, lid 2 van het Boetebesluit socialezekerheidswetten.
**5..** De hoogte van de boete wordt verlaagd in geval de periode tussen het vaststellen van het (eventuele) boetewaardige gedrag en de boeteoplegging langer duurt dan een half jaar.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
- Hoogte van de boete en afronding
Onderdeel van Beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW,IOAZ en Bbz 2021