Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

- Waarschuwing

Onderdeel van Beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW,IOAZ en Bbz 2021

1.. Het college kan volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien: de schending van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag; de schending van de inlichtingenplicht heeft geleid tot een gering benadelingsbedrag. Dat wil zeggen dat het benadelingsbedrag niet hoger is dan € 2.000,-. de klant een wijziging, die van invloed kan zijn op zijn recht op uitkering, iets te laat, maar wel uit eigen beweging meldt. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden: De klant meldt de juiste en volledige inlichtingen uit eigen beweging. Dus niet in het kader van een lopend onderzoek (onderzoek of heronderzoek). Het college heeft de overtreding nog niet zelf geconstateerd. De klant geeft de inlichtingen binnen een redelijke termijn. De redelijke termijn is maximaal zestig dagen. 2.. In afwijking van het eerste lid legt het college wel een bestuurlijke boete op indien: de klant in de vijf jaar voorafgaand aan de overtreding reeds eerder een waarschuwing of bestuurlijke boete opgelegd gekregen heeft. er sprake is van ernstig misbruik van de bijstand(uitkering) en het college het gegronde vermoeden heeft dat de inlichtingenplicht opzettelijk is geschonden.

Rechtspraak bij dit artikel