**1..** De bestuurlijke boete wordt nooit hoger vastgesteld dan de maximumboete, zoals die zou kunnen worden opgelegd op grond van artikel 23, vierde lid Wetboek van Strafrecht (Hierna: Sr).
**2..** Een bestuurlijke boete wordt alleen opgelegd, als er sprake is van een bewuste schending van de inlichtingenplicht, waarbij het benadelingsbedrag hoger is dan € 2.000,-. Daarnaast wordt een boete opgelegd bij duidelijke gevallen van ernstig misbruik van de (bijstand)uitkering of in geval van recidive, ongeacht de hoogte van het benadelingsbedrag.
**3..** Onverminderd artikel 18a Participatiewet, artikel 20a IOAW en artikel 20a IOAZ, dient de bestuurlijke boete te worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 5:46 lid 2 Awb.
**4..** De bepalingen omtrent verminderde verwijtbaarheidssituaties worden in acht genomen.4 Zoals genoemd in artikel 2, lid 5, en 2a, lid 2 van het Boetebesluit socialezekerheidswetten.
**5..** De hoogte van de boete wordt verlaagd in geval de periode tussen het vaststellen van het (eventuele) boetewaardige gedrag en de boeteoplegging langer duurt dan een half jaar.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
- Hoogte van de boete en afronding
Onderdeel van Beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW,IOAZ en Bbz 2021