Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Totstandbrenging en wijziging perceelaansluiting

Onderdeel van Aansluitverordening Meerssen 2022

1.. Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een rioolaansluitleiding of andere voorziening voor afvoer van afvalwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie. 2.. De gebouwaansluiting van de op het eigen erf of terrein gelegen rioolaansluitleiding of andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft. 3.. Een rioolaansluitleiding waardoor huishoudelijk afvalwater, hemelwater, grondwater of bedrijfsafvalwater wordt geleid: heeft geen vernauwing in de stroomrichting; heeft een vloeiend beloop; is waterdicht; en heeft een voldoende inwendige diameter. 4.. Met het oog op de doelmatige werking van het openbaar riool ligt de binnenonderkant van de rioolaansluitleiding ter plaatse van de perceelgrens boven het openbaar riool, vermeerderd met 200 mm plus een afschot van 1:100. 5.. De diameter van de rioolaansluitleiding is kleiner dan of gelijk aan 160 mm, tenzij: de noodzaak van een grotere diameter is aangetoond met een rioleringsberekening; en het openbaar riool ter plaatse van de rioolaansluitleiding over voldoende capaciteit beschikt om te lozen afvalwater te kunnen afvoeren. 6.. Het bepaalde in lid 4 en 5 heeft voorrang op het bepaalde in artikel 22.12 lid 4 van het omgevingsplan Meerssen. 7.. Een verzamelleiding wordt alleen gebruikt als een individuele aansluiting van het perceel redelijkerwijs niet mogelijk is. Een verzamelleiding wordt bij voorkeur op particulier terrein aangelegd. 8.. Rioolaansluitleidingen worden uitgevoerd in de kleuren: groen als het een leiding voor hemelwater of grondwater betreft; of bruin als het een leiding voor huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel