Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15.

Financieringsfunctie

Onderdeel van Financiële verordening (Gemeentewet 212 en 213)

1.. Het college stelt regels op voor de uitvoering van het gestelde in het tweede tot en met vierde lid en legt deze uitvoeringsregels alsmede de regels voor taken, bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in het Treasurystatuut. Het college biedt ter kennisname éénmaal per vier jaar een (geactualiseerd) Treasurystatuut aan de raad aan. 2.. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren; het conform de wet Financiering Decentrale Overheden (wet FiDO) uitzetten van overtollige liquide middelen bij het ministerie van Financiën of andere decentrale overheden; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals rente-, koers- en kredietrisico’s; het afwegen van alternatieven zodat het beperken van de kosten van de leningen is gewaarborgd; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 3.. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: derivaten worden, nadat de raad hiervoor goedkeuring heeft verleend, uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s; voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro’s; voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet de toegestane periode van drie opeenvolgende kwartalen dreigt te overschrijden of indien de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. 4.. Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

Rechtspraak bij dit artikel