Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.

Jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening (Gemeentewet 212 en 213)

1.. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het college aan: wat bereikt is en hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen; wat de lasten en baten, stortingen en onttrekkingen met betrekking tot reserves zijn; wat het rekeningresultaat is; wat het voorstel is voor bestemming van het resultaat; wat de voortgang is van het investeringsprogramma. 2.. Het voorstel voor bestemming van het resultaat betreft verrekeningen met bestemmingsreserves en overige voorstellen. De bestemmingsvoorstellen worden toegelicht in de jaarstukken en getoetst aan de volgende criteria: beleidsinhoudelijke noodzaak; inbedding in de werkplanning van het nieuwe jaar; het voorstel heeft betrekking op incidentele budgetten; het minimumbedrag bedraagt € 100.000 per post en is gebaseerd op een concreet bestedingsvoorstel. Zo nodig kan gemotiveerd worden afgeweken van het minimumbedrag; het begrotingssaldo van het betreffende programma mag niet worden overschreden, behoudens situaties waarbij aantoonbare exogene factoren het begrotingsresultaat negatief hebben beïnvloed. 3.. Dividend- of winstuitkeringen van derden, deelnemingen of verbonden partijen, komen ten gunste van het gemeentelijke resultaat, tenzij andere door de raad bekrachtigde afspraken van toepassing zijn. 4.. Bij de goedkeuring van de jaarstukken wordt de begroting van het lopende jaar en/of meerjarenraming via een begrotingswijziging aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel