Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 6.

Gedragingen Participatiewet

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2022

Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17 lid 2 en 55 en 56a lid 2 van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering; Tweede categorie: het niet naar vermogen trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen; het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; Derde categorie: het later terugkeren van vakantie waarbij het re-integratie- of integratietraject wordt geschaad; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; het onvoldoende nakomen van de verplichtingen voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende de zoektijd van vier weken; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laat blijken niet mee te willen werken aan de aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a , eerste lid, van de Participatiewet; het niet of onvoldoende nakomen van nadere verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 55 Participatiewet; het niet of onvoldoende nakomen van nadere verplichtingen die verband houden met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand als bedoeld in artikel 55 Participatiewet; het niet of onvoldoende nakomen van nadere verplichtingen die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstand als bedoeld in artikel 55 Participatiewet. Vierde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; het weigeren van of het door eigen toedoen niet behouden van een werkervaringsplaats of proefplaatsing die leidt tot een reguliere dienstbetrekking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel