**1..** Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
**2..** Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende PGB zijn aangewezen;
de individuele voorziening of het daarmee samenhangende PGB niet meer toereikend achten;
de jeugdige of zijn ouders niet (meer) voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het PGB, of
de jeugdige langer dan twaalf weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet, of
de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende PGB niet of voor een ander doelgebruiken dan waarvoor het is bestemd.
**3..** Als het college een besluit op grond van het tweede lid sub 1 heeft herzien of ingetrokken kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten PGB, zonder invorderingskosten en boetes en met de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen.
**4..** Een beslissing tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken als blijkt dat het PGB binnen drie maanden niet is aangesproken voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden, tenzij dit de jeugdige of zijn ouders niet is aan te rekenen.
Artikel 15
Herziening, intrekking en terugvordering
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Westerkwartier 2022