Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake, geeft het college hem een schriftelijke waarschuwing. In de schriftelijke waarschuwing vermeldt het college: een nieuwe datum en tijdstip voor de brede intake; wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt. 2.. Tussen de datum van de waarschuwing en de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen. 3.. Wanneer de inburgeringsplichtige na de waarschuwing niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem een boete op. Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. De hoogte van de boete is vastgelegd in artikel 26 van de wet. Het college volgt daarbij de procedure van artikel 5:50 Awb. In de boetebeschikking vermeldt het college: een nieuwe datum en tijdstip voor de brede intake; wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt. 4.. Tussen de datum van het boetebeschikking en de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen en maximaal twee maanden. 5.. Wanneer de inburgeringsplichtige na de boetebeschikking niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem een boete op en voltooit het college de brede intake in afwezigheid van de inburgeringsplichtige. De tweede en derde volzin van het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 6.. Het college registreert de boete in het ISI.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel