Naar hoofdinhoud
1.. Het college neemt de brede intake zo vroeg mogelijk af, bij voorkeur zodra de inburgeringsplichtige bekend is bij de gemeente. Voor asielstatushouders is dit het moment waarop een inburgeringsplichtige door het COA wordt toegewezen aan de gemeente, de zogenoemde koppeling. Voor gezinsmigranten en overige migranten is dit het moment van inschrijving in het BRP van de gemeente. 2.. Het college vermeldt in de eerste uitnodigingsbrief: het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake; waar en wanneer de inburgeringsplichtige voor de brede intake moet verschijnen; het recht dat de inburgeringsplichtige heeft om de gesprekken, in het kader van de brede intake, alleen met de professionals te voeren. Dus zonder dat daarbij andere mensen (bijvoorbeeld familieleden) aanwezig zijn dan professionals; wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet op de brede intake verschijnt, onvoldoende of niet aan de brede intake meewerkt en de hoogte van de mogelijke boete. 3.. De leerbaarheidstoets wordt afgenomen als onderdeel van de brede intake. 4.. Tussen de datum van de uitnodigingsbrief en de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen. 5.. Het college legt de relevante informatie die wordt verkregen in verband met de afname van de brede intake schriftelijk vast ook indien de inburgeringsplichtige, conform artikel 14 niet op brede intake is verschenen. 6.. Wanneer de inburgeringsplichtige geen gehoor geeft aan de uitnodigingen voor de brede intake onderzoekt het college op grond van artikel 14 tweede lid van de Wet de omstandigheden van de inburgeringsplichtige aan de hand van de gegevens waarover het college wel kan beschikken, zoals: de uitkomsten van de leerbaarheidstoets; informatie uit het uitkeringsdossier; voor asielstatushouders: de gegevens uit het TVS.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel