Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren.
Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
het een verstoring betreft van een archeologisch monument waarbij ingevolge artikel 11 Monumentenwet 1988 een vergunning is verleend door de Minister van OCW en deze vergunning wordt voorgelegd aan het bevoegd gezag.
het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt:
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
het College nadere regels heeft gesteld met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden;
een rapport (van wie?) is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het College in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd of;
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad of;
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Hoofdstuk 5.
Artikel 16.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Peel en Maas