Naar hoofdinhoud

Artikel I.

Algemeen

Onderdeel van Reglement kwijtschelding gemeentebelastingen 2022

Begripsbepalingen Dit reglement verstaat onder: gemeentebelasting(en) : belastingen die door de gemeente worden geheven; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; invorderingsambtenaar : De gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend; Alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte. ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent. Toepassing Leidraad Invordering Bij het verlenen van kwijtschelding is artikel 26 (zijnde artikelen 26.1 tot en met 26.6) van de Leidraad Invordering 2008 en de daarop volgende wijzigingsbesluiten van toepassing, behoudens de in de verordening of deze regeling voorkomende afwijkingen. Omvang kwijtschelding Bij de invordering kan slechts kwijtschelding worden verleend van gemeentebelasting(en) indien dit op basis van de betreffende belastingverordening is toegestaan. Kosten van bestaan Bij de kwijtschelding van de in artikel 3 genoemde belasting(en) wordt in afwijking van artikel 16 eerste en tweede lid, onderdelen a en b, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100%. Netto kosten kinderopvang Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid, van genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang als aan de volgende voorwaarden is voldaan: de belastingschuldige is een alleenstaande ouder in de zin van artikel 4 lid 1 onderdeel b van de Participatiewet; de tot zijn last komende kind(eren) van de belastingschuldige waar kosten voor kinderopvang uit voortvloeien is/zijn jonger dan 5 jaar; de belastingschuldige ontvangt inkomen uit arbeid of volgt onderwijs waarvoor aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1 eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 kan bestaan. Voor de berekening van de in het voorgaande lid genoemde kosten wordt gerekend met de maximum uurprijs zoals vermeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in de kosten kinderopvang. Kwijtschelding aan ondernemers Met inachtneming van artikel 8, lid 1, onder e van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt geen kwijtschelding verleend aan een bedrijf of zelfstandig ondernemer tenzij artikel 26.3.1. van de Leidraad Invordering 2008 van toepassing is. Dwangsom Op beslissingen inzake kwijtschelding is de regelgeving inzake -dwangsom niet tijdig beslissen- niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel