Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

Bovengebruikelijke hulp door ouder(s)

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Pijnacker-Nootdorp 2022

Indien uit onderzoek blijkt dat sprake is van bovengebruikelijke hulp, wordt onderzocht in welke mate deze hulp redelijkerwijs door ouder(s) geboden kan worden. Bovengebruikelijke hulp kan in beginsel namelijk van ouder(s) worden verwacht. Dat kan ook worden afgeleid uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.11 Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep d.d. 17-07-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2362 Deze oordeelde dat de ouder, die haar baan uit eigen beweging had opgezegd in verband met de zorg voor haar kind, beschikbaar was om deze zorg aan haar kind te bieden. Dat deze ouder de zorg ook aankon en bekwaam verleende en dat daarom de zorg van haar mocht worden verwacht. Er was sprake van voldoende eigen kracht. Verder heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld dat het uitgangspunt van de Jeugdwet is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en jeugdigen zelf ligt. 12 Zie de uitspraak van de rechtbank Den Haag d.d. 9-7-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6249 Of sprake is van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouder(s) wordt op basis van deze uitspraken volgens de volgende 3 onderzoeksvragen bepaald. 1. Zijn de ouder(s) in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Bij het onderzoek moet worden vastgesteld of de ouder(s) daadwerkelijk in staat zijn om de noodzakelijke hulp te kunnen bieden aan hun kind. Uit onderzoek moet blijken dat zij over de benodigde vaardigheden beschikken om adequaat en zorgvuldig te handelen. 2. Zijn de ouder(s) beschikbaar om de noodzakelijke hulp aan hun kind te bieden? Bij het onderzoek moet worden vastgesteld of de ouder(s) daadwerkelijk beschikbaar zijn om de noodzakelijke hulp te kunnen bieden aan hun kind. 3. Levert het bieden van de hulp door ouder(s) geen overbelasting op? Bij het onderzoek wordt de draaglast en draagkracht van de ouder(s) beoordeeld. Hierbij wordt ook gekeken naar de gezinssituatie. Onderzocht wordt of de ouder(s) naast hun werk en de te verlenen gebruikelijke hulp fysiek en psychisch nog in staat zijn de bovengebruikelijke hulp te verlenen. Als dat niet het geval is en er sprake is van (dreigende) overbelasting, dan zal het college een voorziening verstrekken. In eerste instantie zal die voorziening van korte duur zijn om de gelegenheid te bieden de (onderlinge) taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Als uit onderzoek naar deze onderzoeksvragen volgt dat de ouder(s) de noodzakelijke hulp kunnen bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat sprake is van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouder(s) en is er geen aanspraak op een individuele voorziening mogelijk. Het college onderzoekt bij de constatering van onvoldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen de mogelijkheden om met inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige hulp.

Rechtspraak bij dit artikel