Per 1 april 2021 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inboedels die na een woningontruiming op straat komen te staan. Vanaf het moment van een nadere ontruiming is de inzet van een handhavingsjurist nodig. De handhavingsjurist is in de gemeente Ermelo het aanspreekpunt en de handhavingsjurist kan direct met maatschappelijk werk schakelen. De maatschappelijk werker heeft ook contact met de professionele schuldhulpverlener, die als taak heeft bij een crisis (huuruitzetting, afsluiten elektriciteit) in te grijpen en zo mogelijk op te lossen. Wanneer de deurwaarder een datum en tijdstip van de ontruiming aan de gemeente heeft doorgegeven, zal de handhavingsjurist contact opnemen met de preventiemedewerkers om te vragen of de casus al bij hen bekend is en zo nee, wat zij nog kunnen doen om de ontruiming te voorkomen. Wanneer het tot een daadwerkelijke ontruiming komt, zal de afdeling handhaving daarbij aanwezig zijn.
Op de dag van de ontruiming is een toezichthouder en een handhavingsjurist aanwezig. De verantwoordelijkheid ziet op het meevoeren en opslaan van de zaken die zich in de woning bevinden en zijn ontruimd (op straat zijn geplaatst). De taxatie van de inboedel vindt plaats in gezamenlijk overleg tussen toezichthouder, handhavingsjurist en wordt eventueel afgestemd met de ter plaatse aanwezige gerechtsdeurwaarder. Er wordt door de handhavingsjurist een bedrijf ingeschakeld om de inboedel af te voeren en op te slaan. Als de inboedel niet binnen 13 weken na opslag wordt opgehaald, kan de gemeente ervoor kiezen om de zaken te verkopen. De door de gemeente gemaakte kosten kunnen op de executant worden verhaald. In overleg met de handhavingsjurist wordt bekeken of de zaken worden verkocht en of de kosten redelijkerwijs op de executant kunnen worden verhaald.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4
Verantwoordelijkheid gemeente bij ontruimingen
Onderdeel van Integraal toezicht- en handhavingsbeleid 2021-2023