Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.7

Afzien of uitstellen van handhaving

Onderdeel van Integraal toezicht- en handhavingsbeleid 2021-2023

Als uitgangspunt geldt dat handhavend wordt opgetreden zodra wij op de hoogte zijn van een overtreding. Daarvan kan worden afgeweken: als sprake is van een concreet zicht op legalisatie, bijvoorbeeld als de situatie met een lopende bestemmingsplanprocedure of omgevingsvergunning vergund kan worden. In dat geval kan de overtreder worden verzocht een complete aanvraag om omgevingsvergunning in te dienen. Mocht de overtreding uiteindelijk niet worden gelegaliseerd, dan wordt alsnog handhavend opgetreden. als de handhaving onevenredig is, bijvoorbeeld vanwege de beperkte omvang van de overtreding. In sommige gevallen zijn de belangen bij handhaving beperkt, terwijl de gevolgen voor de betrokken overtreder heel groot zijn. als handhavend optreden tegen die situatie een lage prioriteit heeft, kunnen wij besluiten op dat moment af te zien van handhavend optreden. Wij sturen dan een brief naar de overtreder dat sprake is van een overtreding, maar handhaving op dat moment geen prioriteit heeft. Wij behouden ons dan het recht voor op enige ander moment, bijvoorbeeld bij een verergering van de situatie, bij de ontvangst van een handhavingsverzoek of bij een gewijzigd inzicht, alsnog handhavend op te treden. Als wij besluiten om af te zien van handhavend optreden is dit dus altijd in bijzondere gevallen. Wij zullen deze bijzondere omstandigheden altijd nadrukkelijk motiveren.

Rechtspraak bij dit artikel