De kosten voor verhuis- en inrichtingskosten behoren tot de algemene kosten van het bestaan en komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, tenzij de noodzaak van verhuizen is vastgesteld en deze voortkomt uit bijzondere omstandigheden, de verhuizing het gevolg is van een onvoorzienbare noodzaak, uitstel niet mogelijk is en indien reservering niet mogelijk is geweest.
De noodzaak om te verhuizen staat in ieder geval vast als:
er sprake is van een noodzakelijke verhuizing in verband met hoge woonkosten;
er sprake is van een verhuizing ter bevordering van het langer zelfstandig wonen;
de verhuizing plaats vindt op basis van een woonurgentie op basis van sociale of medische gronden;
er sprake is van in plaatsing van personen die in het kader van de Vreemdelingenwet als vluchtelingen zijn toegelaten in Nederland dan wel over een verblijfsvergunning beschikken; of
er sprake is van een verhuisverplichting in het kader van woonkostentoeslag zoals bedoeld in artikel 11 van deze beleidsregels.
Als er sprake is van een noodzakelijke verhuizing en er is geen mogelijkheid geweest om voor deze kosten te reserveren, wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt voor de 1e maand huur of dubbele huur, administratiekosten, de transportkosten en kosten van stoffering van de woning.
In afwijking van het derde lid wordt, wanneer er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder a, b of c van de wet, voor deze kosten bijzondere bijstand in de vorm van een lening verstrekt.
Voor de berekening van de draagkracht wordt 100% van het inkomen boven de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm meegenomen.
Het vermogen boven anderhalf keer de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm, wordt volledig als draagkracht aangemerkt.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de maximale bedragen conform de NIBUD prijzengids.
In afwijking van lid 7 wordt voor vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand voor een volledige inrichting de normen van de Nibud prijzengids aangehouden voor een volledig inventarispakket minus de kosten van stoffering. Het bedrag dat overblijft wordt door twee gedeeld aangezien een inventaris niet volledig nieuw hoeft te worden aangeschaft.
Artikel 8