Het college kan een woonkostentoeslag verlenen bij een:
huurwoning, waarvan de huurlasten beneden de maximale huurgrens van de huurtoeslag liggen;
huurwoning, waarvan de huurlasten boven de maximale huurgrens voor de huurtoeslag liggen; of
koopwoning.
De hoogte van de woonkostentoeslag is afhankelijk van de huurprijs of hypotheekrente plus aanverwante kosten koopwoning en wordt in aanvang vastgesteld overeenkomstig de berekening huurtoeslag tot de maximale huurgrens, aangevuld voor 100% boven diezelfde grens tot het vastgestelde bedrag rekenhuur of woonlasten eigen woning.
Bij verstrekking van een woonkostentoeslag wordt per toekenningsdatum een verhuisverplichting opgelegd die inhoudt dat belanghebbende zich maximaal inspant om te zoeken naar goedkopere woonruimte, zodat de woonlasten in overeenstemming komen met het inkomen.
Een woonkostentoeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor een periode van 6 maanden verleend en kan met maximaal 6 maanden worden verlengd.
Voor de berekening van de draagkracht wordt 100% van het inkomen boven de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm meegenomen waarbij de kostendelersnorm van toepassing is.
Het vermogen boven anderhalf keer de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm, wordt volledig als draagkracht aangemerkt.
Artikel 11