Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.4

Prijsstijgingen en woonlastenontwikkeling

Onderdeel van Wonen in Gouda 2030 Aangenaam stedelijk wonen voor iedereen, met oog voor zorg

In de afgelopen jaren heeft de koopsector een sterke prijsstijging doorgemaakt. In 2015 behoorde ruim de helft van de koopsector in Midden-Holland (54%) tot de goedkope woningen (< € 215.000). In 2018 was dit aandeel afgenomen tot 42%. Deze ontwikkeling zie je terug in heel Zuid-Holland. Hoewel in de Goudse woningvoorraad de goedkope koopsector nog sterk vertegenwoordigd is, is ook hier sprake van een afname. In 2015 was nog 70% van de koopsector goedkoop, in 2018 is dat geslonken tot 56%. Die ontwikkeling heeft zich ook nog in latere jaren doorgezet. De gemiddelde woningwaarde in Gouda is ten opzichte van 2015 met circa € 48.000 toegenomen (tegenover € 64.000 landelijk gemiddelde, in beide gevallen een toename van 45% qua prijs), de gemiddelde verkoopprijs is met circa € 87.000 toegenomen (tegenover € 104.000 landelijk gemiddelde). De woningvoorraad in Gouda is daarmee in min of meer gelijke mate duurder geworden als in de rest van het land. Ten opzichte van de rest van het land blijft de voorraad echter relatief goedkoop. De huidige ontwikkelingen hebben tot gevolg dat het aantal aangeboden koopwoningen in Gouda sinds 2012 is afgenomen en de prijs is gestegen. In 2015 werden nog bijna 900 woningen aangeboden met een mediane vraagprijs van circa € 190.000. Het aanbod nam sindsdien verder af, tot 160 woningen in 2019. De mediane vraagprijs is sinds 2015 snel gestegen, van € 172.000 in 2015 naar € 236.000 in 2019. Door de prijsontwikkelingen vindt er een verschuiving plaats in de Goudse woningvoorraad. In de betaalbare segmenten zijn voornamelijk nog appartementen te vinden, eengezinswoningen zijn duurder. Van de 100 aangeboden eengezinswoningen is driekwart in de klasse € 200.000 - € 400.000, ongeveer een kwart wordt boven die grens aangeboden. Door de prijsontwikkelingen wordt het gat tussen sociale huur en koop groter, wat ten koste gaat van de doorstroming. De toegenomen druk op de sociale huur en het van oorsprong kleine middenhuursegment leiden ertoe dat het voor (lagere) middeninkomens moeilijker is een woning te verkrijgen of door te stromen naar een andere woning. Met het ingaan van de Woningwet in 2015 is passend toewijzen de nieuwe norm. Dat betekent dat nieuwe huishoudens een passende sociale huurwoning toegewezen kunnen krijgen (op basis van hun huishoudenssamenstelling en inkomen). Het passend toewijzen draagt eraan bij dat de huur niet een té groot deel van de inkomsten beslaat. In de praktijk komt het erop neer dat de meeste huishoudens die in een corporatiewoning in Gouda wonen, 15 – 25% van hun inkomen besteden aan de huur. Als het gaat om de woonquote, zijn de meeste huishoudens 30 – 40% van hun inkomen kwijt aan woonlasten (huur, energie, water en overheidskosten). De woonquote is de afgelopen jaren (2015-2018) toegenomen, wat vooral zichtbaar is in het betaalbare segment tot de aftoppingsgrenzen. Dit komt deels omdat de instroom van nieuwe bewoners bestaat uit een groter aandeel lagere inkomens.

Rechtspraak bij dit artikel