Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1

Artikel 7.1.2

Doelgroepen in de knel

Onderdeel van Wonen in Gouda 2030 Aangenaam stedelijk wonen voor iedereen, met oog voor zorg

De moeilijke omstandigheden bij het vinden van een woning hebben gevolgen voor verschillende groepen. Jongeren wonen langer thuis bij hun ouders voordat zij zelfstandig gaan wonen. Met een startersinkomen behoren zij vaak tot de doelgroep voor een sociale huurwoning, maar omdat zij nog geen woonduur hebben opgebouwd, komen ze daar niet altijd voor in aanmerking. Zij leggen het dan af tegen oudere (her)starters. Zij hebben een groot aandeel in de groep woningzoekenden. Voor de particuliere huurmarkt worden vaak hoge inkomenseisen gesteld en het aantal koopstarters neemt af. Lage en middeninkomens, van alle leeftijden, zijn aangewezen op een beperkt vrijkomend aanbod. Ook zij zijn doorgaans aangewezen op sociale huurwoningen, middenhuurwoningen of goedkope koopwoningen. In die prijsklassen komt weinig aanbod vrij en is er veel vraag. Voor potentiële doorstromers, zoals empty-nesters (die hun kinderen het huis uit hebben zien gaan) en ouderen is een volgende woning vooral een kwalitatief vraagstuk. Laten zij een eengezinswoning achter, dan is een kleiner gelijkvloers appartement een logisch vervolg. Die nieuwe woning is vaak echter niet zoveel goedkoper en de woonlasten worden hoger doordat de huidige hypotheek vaak al is afbetaald. Ook sluit het aanbod niet altijd aan op de wensen en is er niet altijd een goed alternatief dichtbij het sociale netwerk waartoe zij (willen) behoren. Dit zijn drempels om de verhuizing daadwerkelijk te maken, ondanks de verhuiswens. Het is een onwenselijke situatie, maar in de meeste gevallen op te vangen door de bestaande woonsituatie. Voor urgente woningzoekenden ligt dit anders. Zij hebben op korte termijn woonruimte nodig vanuit een ernstige situatie, bijvoorbeeld als dat op medische gronden nodig is. Met een urgentieverklaring kunnen zij voorrang krijgen op andere woningzoekenden. Daarnaast zijn er spoedzoekers die niet in aanmerking komen voor een urgentieverklaring, maar wel naarstig op zoek zijn naar woonruimte op korte termijn, bijvoorbeeld door een relatiebreuk en (dreigende) dakloosheid. Een tijdelijke periode kan worden overbrugd, om daarna een volgende woning te betrekken. Nog een andere groep betreft statushouders die voor een eerste woning vaak aangewezen zijn op een sociale huurwoning. De gemeente krijgt elk halfjaar vanuit het Rijk een taakstelling opgelegd om deze groep passende huisvesting te geven. Tot slot zijn er ook mensen in een kwetsbare positie die een zorgbehoefte hebben. Het gaat hier bijvoorbeeld om jongeren die uitstromen uit jeugdzorg, mensen met een beperking, mensen die uitstromen uit een instelling of waarbij het juist vanuit preventie gezien beter is dat zij een woning hebben, zodat zij vanuit een veilige situatie hun (schulden)problematiek kunnen aanpakken. Deze groepen in een (dreigende) kwetsbare positie vormen een belangrijk onderdeel van het woonzorgvisiegedeelte (Hoofdstuk 8 van deze woon(zorg)visie).

Rechtspraak bij dit artikel