Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Bovengebruikelijke hulp van ouders

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Hoogeveen 2022

Het uitgangspunt van de Jeugdwet is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en jeugdigen zelf ligt. Ook bovengebruikelijke hulp kan in beginsel van ouders worden verwacht. Om te bepalen of er sprake is van voldoende eigen kracht van ouders, moeten de volgende vragen beantwoord worden: Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op? Overbelasting Bij het onderzoek naar de bovengebruikelijke hulp moet het college vaststellen of degene waarvan bovengebruikelijke hulp wordt verwacht ook in staat is om deze hulp te bieden, of dat er sprake is van (dreigende) overbelasting. Er moet aandacht zijn voor de draaglast en draagkracht van de ouder of verzorger/opvoeder. Het college moet bekijken of hij/zij naast zijn of haar werk en de te verlenen zorg fysiek en psychisch nog in staat is de hulp te verlenen. Als dat niet het geval is en er sprake is van (dreigende) overbelasting, zal het college (tijdelijk) een voorziening moeten verstrekken. Vanzelfsprekend kan de persoon die overbelast is of dreigt te raken, niet zelf de jeugdhulp verlenen aan het kind of de kinderen. In eerste instantie zal die voorziening van korte duur zijn om de gelegenheid te bieden de (onderlinge) taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Als hulpmiddel bij het vaststellen van eventuele overbelasting wordt gebruikgemaakt van de Opvoedbelasting VragenLijst (OBVL).

Rechtspraak bij dit artikel