Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Voorwaarden pgb

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Hoogeveen 2022

De voorwaarden voor verstrekking van een pgb zijn: de aanvrager is, al dan niet met hulp van een (de in de Jeugdwet genoemde) derde, in staat de taken die verbonden zijn aan het pgb uit te voeren; de jeugdige of ouder stelt zich gemotiveerd op het standpunt dat hij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend acht; de voorziening die ingekocht wordt is van goede kwaliteit. Bekwaamheid aanvrager De eerste voorwaarde betreft de bekwaamheid van de aanvrager. Is iemand in staat om zelf, of met hulp van anderen, de taken en verantwoordelijkheden die horen bij een pgb uit te voeren? Als de jeugdige of de ouder(s) zelf niet bekwaam zijn, wordt beoordeeld of de jeugdige en/of zijn ouder(s) met hulp uit het sociale netwerk òf met hulp van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De gemeente sluit hierbij uit dat de ‘derde’ die de jeugdige, ouder(s) of cliënt ondersteunt bij het pgb-beheer, ook de beoogde zorgverlener is. Deze dubbelrol vindt de gemeente niet wenselijk. Om na te gaan of de pgb-budgethouder op verantwoorde wijze om kan gaan met een pgb zijn er de volgende beoordelingscriteria: Is de aanvrager (eventueel met hulp van derden) in staat de eigen situatie te overzien en de hulpvraag te benoemen? Is de aanvrager (eventueel met hulp van derden) goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en kan hij hiermee omgaan? Is de aanvrager (eventueel met hulp van derden) in staat de taken verbonden aan het pgb op zich te nemen, zoals een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen, bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp? De bekwaamheid om de taken en de verantwoordelijkheden die bij een pgb horen uit te voeren, wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst. Echter is het oordeel van het college (in de praktijk de jeugd en gezinswerker) leidend. Mocht het college van oordeel zijn dat de persoon dan wel met hulp van bovengenoemde derden niet bekwaam is een pgb te beheren, dan wordt het pgb geweigerd. Om de bekwaamheid van de budgethouder te beoordelen wordt rekening gehouden met de volgende factoren: de budgethouder is handelingsonbekwaam; de budgethouder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie; er is sprake van verslavingsproblematiek; er is sprake van schuldenproblematiek; eerder is door de budgethouder misbruik gemaakt van een pgb; eerder is sprake geweest van fraude door de budgethouder. Als één of meerdere van de volgende situaties zich voordoet kan dat een reden zijn om het pgb te weigeren. Dat is het geval als gevolg van één van deze factoren de aanvrager – ook met hulp van bovengenoemde derden – niet in staat is om de taken verbonden aan het pgb op de juiste manier uit te kunnen voeren. Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is omdat de taken niet naar behoren kunnen worden uitgevoerd, waardoor het pgb wordt geweigerd. Motivatie aanvrager pgb Een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt als de aanvrager dat gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld budgetplan, indient bij de gemeente. In dit plan moet duidelijk worden aangetoond dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt tot veilige en doelmatige ondersteuning. Met argumenten moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de mogelijke voorzieningen in natura. Door het opstellen van een budgetplan worden jeugdigen en ouders gestimuleerd na te denken over de hulpvraag en de ondersteuning. Het is de keuze van de aanvrager om voor een pgb te kiezen en niet van de in te huren aanbieder of ondersteuner. Wel kan iemand uit het sociale netwerk of een onafhankelijk cliëntondersteuner ondersteunen bij het motiveren van de aanvraag. Enkele concrete voorbeelden (niet uitputtend) van redenen om een pgb te willen ontvangen, zijn: de benodigde hulp is niet goed vooraf in te plannen; de benodigde hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; de benodigde hulp moet op veel korte momenten per dag worden geboden; de benodigde hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; als het noodzakelijk is om 24 uurs hulp op afroep te organiseren; als de hulp door de aard van de beperking door een vaste hulpverlener moet worden geboden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een persoon met autisme of hechtingsproblematiek. Tot slot dient er waar mogelijk rekening te worden gehouden met de behoeften van personen op het gebied van godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond. Deze kunnen een reden vormen om te kiezen voor een pgb, omdat met het budget een aanbieder kan worden gecontracteerd bij de eigen levensovertuiging, zolang deze voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden zoals gesteld door het college. Kwaliteitseisen De derde voorwaarde waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor een pgb, is dat de kwaliteit van de door middel van het pgb in te kopen voorziening naar het oordeel van het college gewaarborgd moet zijn. Voor formele jeugdhulp, geboden door een geregistreerd professional, die wordt ingekocht met het pgb, geldt het Drents Kwaliteitskader (DKK). Dit kader is vindbaar op de website van Jeugdhulp Zuid Drenthe en gebaseerd op hoofdstuk 4 van de Jeugdwet (zoals de norm van verantwoorde werktoedeling, de verplichting van een VOG en het werken met familiegroepsplan). De landelijke Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op het naleven van deze kwaliteitseisen. Voor formele hulp, geboden door een niet-geregistreerd professional, die wordt ingekocht met een pgb, gelden de voorwaarden zoals vastgelegd in bijlage twee. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op het DKK en hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Het college moet daarnaast in het kader van de voorwaarden van kwaliteit beoordelen of de hulp die de jeugdprofessional/jeugdhulpaanbieder zal verlenen een passende oplossing biedt voor de hulpvraag van de jeugdige. Het gaat hier vooral om een toets op de doelmatigheid: gaat de in te zetten jeugdhulp een oplossing bieden voor de ontwikkeldoelen van de jeugdige. Ook voor informele hulp moet de gemeente beoordelen of de kwaliteit van de hulp die deze persoon zal gaan bieden gewaarborgd is. Het college moet dus vaststellen of de kwaliteit van de hulp die de persoon uit het sociaal netwerk biedt, passend en toereikend is gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de aanvrager. De jeugd en gezinswerker moet hiervoor dus eerst altijd onderzoeken welke hulp er nodig is. Het gaat dan niet alleen om de vorm, frequentie en duur. Ook moet beoordeeld worden of de situatie van de aanvrager, professionele hulp noodzakelijk maakt, of dat de doelen ook bereikt kunnen worden als er hulp wordt geboden door een informele hulpverlener. Voorwaarde hierbij is altijd dat de beoogde informele hulpverlener meerderjarig is, zelf niet overbelast raakt door de uit te voeren ondersteuning en ook anderszins in staat is om de ondersteuning te verlenen. Daarnaast dient ook informele hulp toezicht te houden op de veiligheid en het welzijn van kinderen. Bij signalen van onveiligheid, dient ook de informele hulp te overleggen met Veilig Thuis. Als de beoordeling van de situatie tot de conclusie leidt dat – gelet op de specifieke problematiek – alleen professionele hulp een doeltreffende oplossing voor de hulpvraag biedt, dan kan deze hulp niet door iemand uit het sociaal netwerk worden geboden. Professionele hulp betekent immers niet alleen dat er aan de hand van bepaalde methoden wordt gewerkt en de betreffende professional de noodzakelijke diploma’s heeft, maar ook dat de professional objectief en onafhankelijk kan handelen. Een persoon uit het sociale netwerk kan door zijn persoonlijke relatie met de aanvrager niet volledig objectief en onafhankelijk handelen. Zorgovereenkomst en administratie De aanvrager is verplicht voor de hulp die hij wenst in te kopen met een pgb een schriftelijke overeenkomst af te sluiten met de zorgverleners die hij daarvoor in wenst te schakelen. De SVB heeft modelovereenkomsten opgesteld. De budgethouders en degenen die de hulp gaan leveren moeten gebruik maken van deze modelovereenkomsten. De SVB toetst deze zorgovereenkomst aan arbeidsrechtelijke en fiscale juridische aspecten. De gemeente beoordeelt de overeenkomst op inhoudelijke gronden: welke hulp wordt ingekocht en is dit in lijn met het doel waarvoor het pgb is verstrekt? De budgethouder is verder verplicht een deugdelijke administratie te voeren ten aanzien van de besteding van het pgb.

Rechtspraak bij dit artikel