Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Uitgezonderde giften

Onderdeel van Beleidsregels Vrijlating giften Participatiewet

1.. Giften bestemd voor specifieke kosten, hoger dan het vrij te laten bedrag zoals bepaald in artikel 2 lid 1 en artikel 3 lid 1, die niet in de uitkering zijn begrepen worden buiten beschouwing gelaten. 2.. Het college beoordeelt per geval of de bestemming van de gift met de uitkering te verenigen is. 3.. Een gift ontvangen van de (Rijks)overheid ter compensatie van tijdelijke hogere lasten ( zoals hogere energiekosten), wordt buiten beschouwing gelaten. 4.. Het Rijk compenseert ouders die de dupe zijn geworden van de zogenaamde Toeslagenaffaire. Deze vergoeding valt onder de zogenaamde ministeriële regelingen voor materiële of immateriële schade en wordt daarom vrijgelaten. Deze vrijlating geldt ook voor de draagkrachtbepaling in het kader van bijzondere bijstand. 5.. Giften met een bepaald doel waarvoor de belanghebbende anders een beroep had moeten/kunnen doen op een andere voorziening, zoals WMO, Bijzondere bijstand of overige minimaregelingen worden buiten beschouwing gelaten. 6.. Steunfondsen voor minima die van tijdelijke aard zijn en waarbij geen sprake is van een terugbetalingsverplichting en/of enige vorm van tegenprestatie of verplichtend karakter, worden buiten beschouwing gelaten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel