Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2.

Maatwerkvoorzieningen Hulp bij het Huishouden ZIN ( segment 3A)

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Bergen (L) 2022

Hulp bij het huishouden is meestal het eerste product dat vanuit de Wmo wordt ingezet en is vaak de eerste vorm van ondersteuning achter de voordeur. Resultaatstelling is primair het ondersteunen van inwoners om hun woning schoon en leefbaar te houden. Een schoon en leefbaar huis wil zeggen dat een cliënt kan beschikken over: een schone woonkamer; een schoon slaapvertrek; een schone keuken; schone sanitaire ruimtes; een schone gang/trap. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Dit betekent dat deze vertrekken niet vervuilen om zo een naar algemeen aanvaarde maatstaven verantwoord basisniveau van ‘schoon en hygiënisch’ te realiseren. Leefbaar staat voor een opgeruimd en functioneel huis, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Het gaat bij dit resultaatgebied alleen om de binnenruimte van de woning. Werkzaamheden in huis die niet noodzakelijk zijn om de ruimtes waarin geleefd wordt schoon, hygiënisch en leefbaar te houden, vallen niet onder de reikwijdte van dit resultaatgebied. Niet onder de reikwijdte van ondersteuning (ruimten en/of activiteiten) behoren: de buitenruimte, waaronder ook het zemen van de ramen aan de buitenzijde of het tuinonderhoud, een gezamenlijke galerij of trap (waarvoor de bewoner mede verantwoordelijk is om deze schoon te houden); de verzorging van huisdieren (niet zijnde hulphonden/-dieren); het schoonhouden van ruimtes die hierboven niet zijn genoemd, zoals een vliering, berging, garage en de trap of gang die niet grenst aan een kamer die onder de norm valt, voor zover er in deze ruimtes geen elementaire woonfuncties worden verricht. Het boenen van vloeren en in de was zetten van meubilair, poetsen van zilver en koper. Aspecten die bij hierbij een rol spelen Samen met de cliënt wordt bekeken of deze nog in staat is om onderdelen van het schoonmaken zelf uit te voeren, zoals het uitvoeren van lichte werkzaamheden (bijvoorbeeld stoffen, met vochtige reinigingsdoekjes schoonmaken van het toilet of met statische stofdoeken reinigen van harde vloerbedekking). Daarbij kan een rol spelen of cliënt dat alleen op lichaamshoogte kan doen, of ook laag en/of hoog. Van de cliënt wordt dus binnen zijn mogelijkheden gevraagd om werkzaamheden te (blijven) uitvoeren zodat het schoonmaken efficiënt gebeurt. Als de cliënt de regie kan voeren over het huishouden, mag van hem tevens worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en er keuzes worden gemaakt. De was verzorging omvat twee resultaten: cliënt beschikt over schone kleding en linnengoed; cliënt beschikt indien medisch noodzakelijk over gestreken was. Strijken is geen onderdeel van het traject, tenzij gestreken was medisch noodzakelijk is. Niet altijd hoeft voor alle onderdelen (volledig) ondersteuning geboden te worden. Zo kan het zijn dat cliënt wel in staat is om de was in de machine te doen, maar niet om de was op te hangen of te strijken. Ook is het mogelijk dat cliënt door de werkzaamheden anders te organiseren deze (gedeeltelijk) zelf kan blijven doen. Bijvoorbeeld door de wasmachine of droger op een verhoging te plaatsen of de was zittend op te vouwen of te strijken. Resultaten: Inzet van het traject hulp bij het huishouden heeft als resultaat: Een schoon en leefbaar huis Was verzorging Aanleren huishoudelijke taken, indien mogelijk. Signaleren van veranderingen die invloed hebben op de zelfredzaamheid en hier actie op ondernemen passend bij de verandering. Mogelijke activiteiten beschreven in het plan van aanpak: De huishoudelijke taken die de cliënt zelf of het netwerk niet meer kan uitvoeren en daarom worden overgenomen. Het gaat hierbij om lichte en zware huishoudelijke taken ( stofzuigen, natte cel en keuken poetsen, bed verschonen, stoffen) en de was verzorging (wassen, drogen strijken). Het aanleren van (nieuwe) vaardigheden om ( een gedeelte) van de huishoudelijke taken zelfstandig te kunnen uitvoeren en hierdoor meer zelfredzaam te zijn. Het gaat dan om: Het aanleren van vaardigheden huishoudelijke taken. Leren omgaan met beperkingen in het ( licht) huishoudelijk werk. Bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid. Bieden van structuur. De bekostiging van een traject is gebaseerd op de gemiddelde ondersteuning die nodig is voor de doelgroep die gebruik maakt van hulp in het huishouden. De aanbieder bepaalt samen met de cliënt op welke wijze de ondersteuning plaatsvindt en met welke intensiteit, passend bij de hulpvraag en de gestelde resultaten in het leefzorgplan.

Rechtspraak bij dit artikel