Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3.

Maatwerkvoorziening Segment 1A: volwassenen met een complexe en meervoudige ondersteuningsvraag

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Bergen (L) 2022

Segment 1A kent als enige segment een onderverdeling in twee delen: segment 1A1 en segment 1A2. De doelgroep is voor beiden segmenten gelijk, maar segment 1A1 betreft de begeleiding en segment 1A2 de dagbesteding. De segmenten 1A1 en 1A2 kunnen los van elkaar worden geïndiceerd. Segment 1A2 kan ook ingezet worden bij het segment Beschermd Wonen. Doelgroep Volwassenen die vanwege psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn, op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van zijn sociale netwerk of gebruikmakend van voorliggende voorzieningen, zich te handhaven in de samenleving. Er is bij deze doelgroep sprake van perspectief op vergroten van de zelfstandigheid. Het traject begeleiding omvat ondersteuning die wordt geboden aan cliënten met uiteenlopende problematieken of beperkingen, zoals: Psychische of psychiatrische klachten; Verslavingsproblematiek; Verstandelijke beperkingen. Een combinatie van bovenstaande problematieken komt vaak voor. Resultaten Inzet van het traject heeft als resultaat: De cliënt leert/versterkt (sociale) vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en participeren; De cliënt leert omgaan met zijn/haar psychische beperkingen/probleemgedrag; De cliënt krijgt ondersteuning/activiteiten aangeboden die passen bij zijn hulpvraag; De cliënt ervaart geen sociaal isolement; De cliënt maakt minder gebruik van professionele zorg en zoveel mogelijk gebruik van het voorliggend veld/sociaal netwerk; Specifiek resultaat voor product dagbesteding (1A2): De cliënt heeft een dagritme en zinvolle daginvulling. 3.Activiteiten Ondersteuningsactiviteiten zijn gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Dit betekent ondersteuning/aansturing in, bijvoorbeeld: Structuur in het dagelijks leven en zelfregie (planning en uitvoering van taken); Bevorderen van de sociale redzaamheid (het leggen van contacten, aangaan van relatie en sociale participatie in de samenleving); Participeren en integreren in de samenleving op gebied van werk/daginvulling*; Verminderen en/of voorkomen van een sociaal isolement; Specifiek voor product begeleiding: zelfstandig wonen**; Specifiek voor product begeleiding: fysieke en mentale gezondheid (zingeving); Specifiek voor product begeleiding: het voeren van een (financiële) administratie en omgaan met geld; Specifiek voor product begeleiding: uitvoering van ADL-vaardigheden; Specifiek voor product begeleiding: mobiliteitsvaardigheid; Specifiek voor product begeleiding: leren omgaan met het uitstellen van hulpvragen buiten het tijdsvenster dienstverlening***. * Iedere cliënt binnen het segment1A heeft een passende daginvulling. Uitgangspunt is dat er gebruik wordt gemaakt van voorliggend veld/sociale basis of dat een cliënt een opleiding volgt, vorm van (vrijwilligers) werk doet of een traject volgt via de Participatie-wet (bijvoorbeeld collectief arbeidsmatige toeleiding). Als laatste mogelijkheid kan er een traject dagbesteding ingezet worden. **de aanbieder ondersteunt de cliënt bij het verkrijgen van een geschikte woonruimte. Dit kan inhouden dat de aanbieder ondersteunt, maar vanuit het principe dat wonen en ondersteuning gescheiden zijn. De aanbieder is daarbij uitdrukkelijk niet zelf ook de verhuurder van de woning/kamer. De cliënt betaalt zijn eigen woongelegenheid. *** Tijdvenster dienstverlening is maandag t/m vrijdag tussen 07:00 en 20:00 uur en zaterdag tussen 08:00 en 12:00 uur. Bij de cliënten in segment 1A is sprake van meervoudige problematiek, waardoor vaak ook meerdere samenwerkingspartners betrokken zijn. Afstemming tussen de aanbieders, specifiek met partners die behandeling bieden, is de verantwoordelijkheid van de aanbieder. 4. Bekostiging en trajectduur De bekostiging van segment 1A is op basis van een traject per cliënt. De trajecten in segment 1A hebben een bepaalde doorlooptijd. De gemiddelde duur van het traject 1A (zowel bij 1A1 als bij 1A2) is 12 maanden. Een traject is gebaseerd op de gemiddelde ondersteuning die nodig is voor de genoemde doelgroep. De aanbieder kan zelf bepalen HOE de ondersteuning plaatsvindt en met welke intensiteit, passend bij de hulpvraag en de gestelde resultaten in het leefzorgplan. Na afloop van het traject moeten de aanbieders de resultaten en resultaten van de cliënten bereikt zijn. De resultaten en te behalen resultaten zijn opgenomen in het Leefzorgplan. Een traject wordt afgesloten wanneer de resultaten zijn behaald. Meerwerk traject De doorlooptijd van 12 maanden is een richttijd. Het kan zijn dat een aanbieder kortere tijd nodig heeft om de resultaten te behalen, maar het kan ook betekenen dat de genoemde doorlooptijd maanden overschreden worden om de resultaten te behalen. Dan spreken we niet over meerwerk. Er kunnen zich echter uitzonderingssituaties voordoen, waardoor er overmacht is ontstaan waardoor niet (alle) resultaten zijn behaald. In die gevallen kan er door de toegang worden besloten dat er een indicatie voor meerwerk wordt afgegeven. Deze uitzonderingssituaties zijn: Gedurende het traject is er sprake van een live-event die een behoorlijke impact heeft op de situatie. Het vertrouwen is er dat met behulp van extra ondersteuning en inzet van sociale basis of eigen netwerk alsnog de resultaten behaald kunnen worden, maar dit niet lukt binnen het huidige traject. Er kan alleen sprake zijn van een meerwerk wanneer dit vertraging oplevert bij het realiseren van de resultaten. Een live-event die een behoorlijke impact kan hebben zijn: overlijden van een dierbare, echtscheiding of verlies van werk/inkomen, of; De behandeling (op grond van ZvW) is nog niet gestart binnen de termijn van het traject i.v.m. een wachtlijst. Begeleiding is nog nodig ter overbrugging tot behandeling wordt gestart en deze begeleiding is essentieel voor het welzijn van de cliënt. Procesvoorwaarden meerwerk traject: Ten minste 3 maanden voor de gemiddelde doorlooptijd van een traject wordt door de cliënt (eventueel ondersteund door sociaal netwerk/de aanbieder) voldoende onderbouwd aangeven dat meerwerk noodzakelijk is. De consulent beslist of er meerwerk wordt ingezet. Er wordt in die gevallen een indicatie afgegeven per maand. De consulent beslist hoeveel maanden meerwerk er nodig is. Het maandtarief is gebaseerd op basis het tarief van het traject (trajectprijs gedeeld door de gemiddelde doorlooptijd in maanden). Er kan maximaal 1 x meerwerk geïndiceerd worden voor de maximale duur 4 maanden. Het traject is daadwerkelijk gestart binnen vier weken na startbericht. Het niet starten van een traject binnen vier weken is geen reden om meerwerk aan te vragen of te honoreren. Overstap naar segment 2A is niet aan de orde.

Rechtspraak bij dit artikel