Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.2.

Doelgroep

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Bergen (L) 2022

Cliënten die in aanmerking komen voor logeren: hebben chronische complexe problemen door een somatische, zintuiglijke of verstandelijke beperking, een psychische of cognitieve aandoening, en; zijn gezien hun zorgbehoefte aangewezen op zorg gepaard gaand met min of meer permanent toezicht, en; worden met bovenstaande dagelijks ondersteund door een mantelzorger die tijdelijk ontlast moet worden of tijdelijk is weggevallen. Bij logeren gaat het om verblijf gedurende een aantal etmalen per week. Het verblijf is aanvullend op het wonen in de thuissituatie en wordt niet gezien als wonen in een instelling zoals bedoeld in de Wlz. Logeren in de Wmo onderscheidt zich van eerstelijns verblijf in die zin dat er geen sprake is van een medische noodzaak of herstel na een medische ingreep. De reden voor het verblijf ligt in het gebrek aan zelfzorgend en zelfregelend vermogen van de cliënt, als de mantelzorger tijdelijk wegvalt. Mensen met een verblijfsindicatie Wlz, ook als die niet is verzilverd, kunnen geen recht ontlenen aan de Wmo 2015 voor kortdurend verblijf. Dit geldt ook voor medisch noodzakelijk verblijf. 1. Logeeropvang (Wlz) Als er sprake is van de noodzaak van levenslang permanent toezicht of 24 uurs-zorg in de nabijheid, zal er kortdurend verblijf als logeeropvang ter ontlasting van de mantelzorgers in het kader van de Wlz aan de orde zijn. Als kortdurend verblijf wenselijk is vanwege wachtlijsten voor opname, gaat het overoverbruggingszorg (Wlz). 2. Eerstelijnsverblijf Zorgverzekeringswet (Zvw) Een tijdelijke behoefte van de verzekerde aan medisch noodzakelijk verblijf in verband met geneeskundige zorg valt onder de Zvw. De medische noodzaak tot geneeskundige zorg van voorbijgaande aard moet de verzekerde zelf betreffen.

Rechtspraak bij dit artikel