Naar hoofdinhoud
(Art. 3.4 c, art. 3.9, art. 3.10 lid 1b en art. 3.13 lid 5a Verordening) We kennen in de Wmo 2015 gebruikelijke hulp en niet-gebruikelijke hulp. Alles wat huisgenoten normaal gesproken voor een ander doen is gebruikelijk. Wat meer is, is in beginsel niet-gebruikelijk tenzij de huisgenoot er toe in staat is, er de tijd voor heeft en niet overbelast is. Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten en die normaal wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. Het is de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders, inwonende kinderen of andere volwassen huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid samen een huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. Onder leefeenheid verstaan we een geheel aan personen waarmee een persoon op hetzelfde adres woonachtig is en een huishouden deelt (uitwonende kinderen en partner vallen hier dus buiten). Als er tot de leefeenheid huisgenoten behoren die huishoudelijke werkzaamheden kunnen overnemen, worden zij verondersteld dit door een herverdeling van taken te doen. Dit principe heeft een verplichtend karakter. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties. Het college zal onderzoek doen naar het vermogen van dit kind voor wat betreft het verrichten van huishoudelijk werk, daarbij wordt gebruik gemaakt van het CIZ protocol gebruikelijke hulp. Er wordt rekening gehouden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en het feitelijke vermogen van dit kind om een bijdrage te leveren. Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding, kinderen van 5 tot en met 11 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien. Kinderen vanaf 12 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen. Studie of (vrijwillige) werkzaamheden vormen in principe geen reden om van de gebruikelijke hulp af te zien. Als er sprake is van commerciële kamer(ver)huur, rekenen we de huurder van de betreffende ruimte niet tot de leefeenheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel