(Art. 3.13 lid 6 Verordening)
De belanghebbende (of zijn vertegenwoordiger) moet op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen en moet de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren. Daarom wordt de pgb-vaardigheid getoetst.
Aan de hand van tien criteria wordt getoetst of iemand pgb vaardig is en in staat is pgb te beheren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het actuele door het ministerie van VWS, de VNG en Per Saldo opgestelde kader voor pgb-vaardigheid.
Belanghebbende of vertegenwoordiger:
overziet de situatie en heeft een duidelijk beeld van de zorgvraag;
is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb, of weet die zelf bij de desbetreffende instanties (online) te vinden;
is in staat een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, waardoor er inzicht is in de bestedingen van het pgb;
is voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor, de SVB en zorgverleners;
is in staat zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor zorgverleners te kiezen;
is in staat afspraken te maken en vast te leggen, en om hierover verantwoording af te leggen aan verstrekkers;
kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde ondersteuning passend en kwalitatief goed is;
kan de inzet van zorgverleners coördineren, en garant staan voor de continuïteit van ondersteuning, ook bij verlof en ziekte;
is in staat als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren;
heeft voldoende (juridische) kennis omtrent het werk- of opdrachtgeverschap, of weet bij welke instanties daarover advies en informatie is in te winnen.
Het oordeel van het college is leidend als het gaat om de pgb-vaardigheid. Mocht het college van oordeel zijn dat de belanghebbende (dan wel met hulp van een vertegenwoordiger) niet bekwaam is, dan kan het college het persoonsgebonden budget weigeren. Dat is een beslissing waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
Er kunnen, naast de beschreven omstandigheden in de Verordening (art. 3.13 lid 6 Verordening), ook twijfels zijn op andere gronden over de pgb-vaardigheid van de belanghebbende, dan wel vertegenwoordiger, waardoor sterk de indruk bestaat dat de belanghebbende niet in staat is om een pgb te beheren. Een beslissing hieromtrent dient goed onderbouwd en gemotiveerd worden door het college.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.7
Pgb-vaardigheid
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2022