Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Toegang tot beschermd wonen en opvang

Onderdeel van Besluit beschermd wonen en opvang Bergen (L) 2022

2.1. Het college vormt de toegang tot beschermd wonen en opvang. 2.2. Wanneer er door de cliënt of zijn vertegenwoordiger een melding voor een hulpvraag wordt ingediend, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Verordening, wordt deze in behandeling genomen door het college. 2.3. Het college beoordeelt of er sprake is van een hulpvraag voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen en opvang. Het college stelt vast of een cliënt behoort tot de doelgroep die gebruik mag maken van de maatwerkvoorziening beschermd wonen en opvang. 2.4. Indien de cliënt daarmee instemt, draagt het college de reeds bekende informatie over de cliënt over aan de organisatie waarnaar wordt doorverwezen. 2.5. In spoedeisende gevallen: wordt een melding voor beschermd wonen en opvang gezien als een aanvraag en organiseert het college in overleg met aanbieders onverwijld de inzet van een tijdelijke (maatwerk-)voorziening voor beschermd wonen en opvang, in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en op grond van artikel 2.3.3 Wmo 2015; neemt het college binnen drie werkdagen na de inzet van een tijdelijke maatwerkvoorziening zoals bedoeld onder a. contact op met de aanbieder om afspraken te maken over de vervolgprocedure;

Rechtspraak bij dit artikel