Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 14

Hoogte en besteding van het pgb beschermd wonen

Onderdeel van Besluit beschermd wonen en opvang Bergen (L) 2022

14.1. De hoogte van een pgb wordt gebaseerd op de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura, zoals bepaald in artikel 12 van de Verordening. 14.2. Onverminderd artikel 2.3.6., tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 14.3. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de inde betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 14.4. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: Een zaak: Op basis van de kostprijs van de voorziening die de client zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou worden verstrekt en rekening houdende met een reële afschrijvingstermijn voor de technische afschrijving en onderhouds- en verzekeringskosten Dienstverlening: De maximale hoogte van het pgb wordt jaarlijks aangepast op basis van de tarieven van de inkoop van diensten. Bij de vaststelling van de hoogte van een pgb wordt een onderscheid gemaakt tussen dienstverlening door professionals in dienst van een instelling, professionals niet in dienst van een instelling en niet-professionals (zoals werkstudenten, sociaal netwerk) 14.5. Een PGB voor beschermd wonen bedraagt bij Professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura; Gediplomeerde ZZPérs, maximaal 90% van de goedkoopst adequate voorziening in natura; Niet-professionele hulp uit het eigen sociale netwerk :75% van het tarief voor professionele hulp, tot een maximumbedrag van € 20,- per uur. 14.6. De cliënt aan wie een pgb is toegekend of diens vertegenwoordiger sluit een schriftelijke (zorg)overeenkomst met iedere persoon of instantie bij wie hij een maatwerkvoorziening betrekt in overeenstemming met de door het college afgegeven beschikking, instructies van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en zoals bedoeld in artikel 2.6.2 Wmo 2015; houdt zich aan de door de SVB gestelde voorwaarden voor het indienen van declaraties van de door hem gecontracteerde aanbieder(s), zodat deze kunnen worden getoetst aan de afgesloten (zorg)overeenkomst(en); en bewaart de originele overeenkomst(en) en declaraties gedurende vijf jaar en stelt desgevraagd kopieën ter beschikking aan het college of SVB. 14.7. Bij toetsing van de (zorg)overeenkomst(en) geldt in ieder geval dat gemiddeld genomen de toegekende uren zijn ingekocht tegen het toegekende tarief, of meer uren tegen een lager tarief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel