Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse hulp die ouders(s) en/of andere huisgenoten vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Ouder(s)/verzorgers moeten de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht op hen houden, ook als sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Voorbeelden van gebruikelijke hulp zijn onder andere :
Ondersteunen bij eet- en drinkmomenten voor jeugdigen met een lichamelijke beperking;
Uitvoeren van oefeningen met jeugdigen die door een arts of paramedicus (bijvoorbeeld fysiotherapeut, ergotherapeut of logopedist) geadviseerd zijn;
Aanleren van huishoudelijke vaardigheden zoals opruimen, boodschappen doen en koken;
Het toedienen van medicatie bij een jeugdige bijvoorbeeld tijdens een maaltijd of voor het naar bed gaan.
Voor zover het gebruikelijk is dat ouders hun kinderen bepaalde hulp bieden, zal het college geen individuele voorziening verstrekken. Ter beoordeling wordt gebruik gemaakt van de in bijlage 1 opgenomen “Richtlijnen gebruikelijk zorg voor ouder(s)/verzorger(s) voor kinderen met een normale ontwikkeling per leeftijd”.
Het college kan jeugdhulp inzetten als de noodzakelijke hulp van ouders voor hun kinderen in langdurige situaties voor wat betreft aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen uitgaat boven de hulp die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben.
Het college maakt voor wat betreft gebruikelijke hulp onderscheid in kortdurende en langdurige situaties:
Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.
Langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de zorg langer dan drie maanden nodig zal zijn.
In kortdurende situaties moeten in beginsel alle vormen van zorg en ondersteuning door de ouder(s)/verzorger(s) worden geboden.