Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2022

Het uitgangspunt is dat een cliënt een voorziening in natura krijgt. Als de cliënt dit wenst bestaat de mogelijkheid tot de verstrekking van een persoonsgebonden budget (pgb) voor de maatwerkvoorziening. De cliënt moet dan motiveren waarom een maatwerkvoorziening in natura niet passend is. Het is niet voldoende om eenvoudig mee te delen dat diegene de ondersteuning van de gecontracteerde aanbieders niet wenst. Een pgb is een geldbedrag bedoeld om zelf een maatwerkvoorziening in te kopen of aan te schaffen. Deze vorm van verstrekken is geschikt voor cliënten die zelf, dan wel met behulp van een pgb-vertegenwoordiger, de regie over hun leven kunnen voeren. De keuze voor een pgb betekent dat de cliënt zelf (of de pgb-vertegenwoordiger) de geïndiceerde voorziening inkoopt én dat de cliënt zelf (of de pgb-vertegenwoordiger) verantwoordelijk is voor alle zaken (zie 3.2.1.) die daarbij horen. Iemand die gebruik wil maken van een pgb dient bij de aanvraag een budgetplan in te dienen. De gemeente heeft hier een format voor gemaakt. Als het budgetplan is beoordeeld en goedgekeurd, wordt het pgb toegewezen door het college waarbij wordt bepaald hoe hoog het budget is. De regels voor het bepalen van de hoogte van het pgb zijn vastgelegd in de Verordening en in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2021. 3.2.1Beoordelingscriteria pgb De beoordelingscriteria voor een pgb zijn: Is de cliënt zelf, of samen met zijn sociaal netwerk, in staat de eigen situatie te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en te sturen? Dit wordt vooraf beoordeeld door het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de handreiking 10 punten PGB vaardigheid opgesteld door het ministerie van VWS. Is de cliënt goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en kan hij hiermee omgaan? De besteding van het pgb dient verantwoord te worden. Is de cliënt in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uit te zoeken, sollicitatiegesprekken te voeren, contracten af te sluiten, facturen af te handelen, de kwaliteit te bewaken evenals de voortgang van de hulpverlening? Bij aanvragers met een zeer progressief ziektebeeld staat het vaak bij voorbaat al vast dat de voorziening binnen korte tijd vervangen of aangepast moet worden. Bij het verstrekken van voorzieningen in natura kan beter op de wisselende ondersteuningsbehoefte worden ingespeeld. Om deze reden heeft de gemeente de voorkeur voor verstrekking van de voorziening in natura. Bij kinderen is er bijna altijd sprake van voorzieningen die niet voor een langere periode kunnen worden ingezet. 3.2.2Kwaliteit van de dienstverlening In alle gevallen zijn de volgende kwaliteitseisen van toepassing: Het budgetplan moet zijn afgestemd op het onderzoeksverslag en moet leiden tot de daarin afgesproken resultaten. Degene die ondersteuning verleent, neemt bij diens werkzaamheden de zorg voor een goede hulpverlening in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard. Het college kan de voortgang en de mate waarin de resultaten worden bereikt periodiek toetsen. Professionele ondersteuners moeten op verzoek een VOG kunnen overleggen. Om te beoordelen of iemand de gewenste kwaliteit kan leveren kan informatie worden opgevraagd inzake opleiding/registratie. 3.2.3Aanvullende regels pgb voorzieningen (rolstoel, vervoermiddel, woonvoorziening of een andere type hulpmiddel) Indien een pgb wordt aangewend voor het verwerven van een rolstoel, vervoermiddel en/of roerende woonvoorziening of een ander type hulpmiddel, gelden de volgende voorwaarden: de voorziening wordt verworven conform het functionele eisenpakket, opgesteld door de Wmo-consulent, eventueel na offerteaanvraag door de gemeente. De eisen waaraan de voorziening moet voldoen staan in de beschikking vermeld; de cliënt is binnen de economische levensduur verantwoordelijk voor onderhoud, reparatie en verzekering; na aanschaf van de voorziening dient de aanvrager een kopie van de factuur bij de gemeente in te leveren. Aan de hand van de factuur en eventueel een huisbezoek wordt gecontroleerd of de aangeschafte voorziening conform het eisenpakket is aangeschaft. Indien dit niet het geval is, zal de gemeente het pgb terugvorderen; indien de kosten van de voorziening het pgb overschrijden zijn deze voor rekening van de aanvrager. Indien de kosten lager zijn dan het pgb dient het verschil door de aanvrager aan de gemeente te worden terugbetaald; de cliënt sluit bij een pgb voor elektrische/motorische voorzieningen een WA-verzekering af voor de looptijd van het pgb. De cliënt kan het pgb ook besteden aan een andere voorziening dan de voorziening die het college heeft geïndiceerd. Mits met die voorziening hetzelfde doel en resultaat wordt bereikt en de voorziening van goede kwaliteit is. Cliënt dient vooraf dan wel aan te geven wat hij wil aanschaffen. Hierdoor kan getoetst worden of inderdaad voldaan wordt aan de functionele eisen en hetzelfde resultaat wordt bereikt. Eventuele meerkosten komen voor rekening van de cliënt. Voor het bepalen van de hoogte van het pgb voor een voorziening die in ons kernassortiment zit, wordt uitgegaan van de kosten vergelijkbaar met een Zorg in Natura verstrekking. Voor overige voorzieningen kan een offerte aan één of meerdere leveranciers worden gevraagd. In de offerte dienen de volgende gegevens te worden opgenomen: de categorie-indeling (bijv. handbewogen rolstoel, elektrische rolstoel); een lijst met specificaties waaraan het hulpmiddel dient te voldoen, inclusief eventueel benodigde aanpassingen; de prijsklasse, waarbinnen het hulpmiddel te koop is; de te verwachten economische levensduur van het hulpmiddel; de gemiddelde kosten van onderhoud, reparatie en verzekering (instandhoudingskosten); een lijst met 3 – 5 mogelijke merken/typen, die voldoen aan de specificaties. Uitbetaling van het pgb bij voorzieningen Uitbetaling van het pgb voor de voorzieningen vindt als volgt plaats: aanschafkosten: in één keer, na inlevering van de offerte of voor een voorziening uit het kernassortiment zonder offerte, maar na ondertekening van de overeenkomst pgb; onderhouds- en reparatiekosten: één keer per jaar, vooraf; WA-verzekering: één keer per jaar, vooraf. Iedere budgethouder dient de volgende stukken te bewaren: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening en; een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening of een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. 3.2.4Aanvullende regels pgb diensten (hulp bij huishouden of begeleiding) Indien een pgb wordt verstrekt voor het verwerven van hulp bij het huishouden of begeleiding, dan dient aan de volgende aanvullende voorwaarden te worden voldaan: de hulp of begeleiding wordt ingezet ten behoeve van het hoofdverblijf van de aanvrager, in de gemeente Beverwijk; het budget wordt uitsluitend gebruikt voor betaling van de huishoudelijke hulp of begeleiding (welke in Nederland geleverd wordt); de aanvrager sluit een schriftelijke overeenkomst, de zogenaamde zorgovereenkomst (deze wordt verstrekt via de SVB) met de hulpverlener of de hulpverlenende instantie; de SVB controleert de ontvangen zorgovereenkomst arbeidsrechtelijk en dient de zorgovereenkomst goed te keuren; de budgethouder kan met de zorgverlener afspreken dat de uitbetaling plaatsvindt op basis van een vast maandloon, declaratie of factuur; de aanvrager dient de declaraties van de hulpverlener minimaal 1 jaar na afloop van het kalenderjaar, waarin het pgb is verstrekt, te bewaren in verband met de steekproefsgewijze controle door de gemeente. het pgb hoeft niet besteed te worden conform het aantal geïndiceerde uren en het vastgestelde tarief. Het is toegestaan om minder uren tegen een hoger tarief in te kopen, mits de kwaliteit goed is en hetzelfde resultaat kan worden behaald. Uitbetaling van het pgb bij diensten In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten pgb’s uitbetalen via tussenkomst van de SVB, het zogenaamde trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op rekening van het servicecentrum pgb van de SVB. De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede pgb bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. 3.2.5PGB sociaal netwerk en professioneel Sociaal netwerk Een pgb kan worden ingezet voor hulp uit het sociaal netwerk. Belangrijk bij de beoordeling van pgb uit het sociaal netwerk is of de hulp passend en toereikend is. Een pgb voor de inzet van hulp door iemand uit het sociaal netwerk moet leiden tot minstens even goede en effectieve ondersteuning als de inzet van ondersteuning door een professional. Er mag geen belangenverstrengeling zijn. Is de hulpverlener uit het sociaal netwerk ook werkzaam als professionele hulpverlener dan is de sociale relatie hierin leidend en valt de hulpverlener onder het tarief voor pgb uit het sociaal netwerk. Zie hiervoor o.a. de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 september 2021 ECLINL:CRVB:2021:2175. Professioneel Om te beoordelen of iemand (niet behorend tot het sociaal netwerk) als professionele hulpverlener aangemerkt kan worden, kan gekeken worden naar de volgende toetsingsgronden: staat de hulpverlener ingeschreven in de KvK (mogelijke indicatie); is de hulpverlener in het bezit van relevante diploma’s; heeft de hulpverlener werkervaring in de zorg; is uit de praktijk gebleken dat de hulpverlener de juiste zorg kan bieden. Wanneer niet aangetoond kan worden dat er sprake is van een professionele hulpverlener valt de hulpverlener onder het tarief voor sociaal netwerk.

Rechtspraak bij dit artikel