Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.1

Dagbesteding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2022

Bij dagbesteding wordt de cliënt in groepsverband zodanig motiverend, adviserend en instruerend ondersteund dat de zelfredzaamheid, participatie en regie, voor zover aanwezig en zo mogelijk, behouden blijft dan wel bevorderd wordt. Om dit te realiseren wordt dagbesteding ingezet, die waar nodig/mogelijk bijdraagt aan: structuur en veiligheid; duurzaam sociaal contact/ontmoeting; het ontwikkelen en het behouden van (nieuwe) vaardigheden en interesses, dan wel het vertragen van achteruitgang; de toeleiding naar vrijwillige en arbeidsmatige werkzaamheden; ontlasting van mantelzorger(s) (vorm van respijtzorg). Dagbesteding vindt plaats in een groep. Groepsbegeleiding is: Programmatisch (vast dag- en/of weekprogramma) Methodisch (een methode voor werken met de doelgroep als basis) met een welomschreven doel. Het vraagt actieve betrokkenheid van de cliënt. Het gaat dus om structurele activiteiten onder professionele begeleiding en is nadrukkelijk iets anders dan algemene welzijnsactiviteiten. 8.1.1Intensiteitstreden Er zijn drie intensiteiten van dagbesteding: licht, middelzwaar en zwaar. Dagbesteding licht Dagbesteding licht is het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, het uitvoeren van regie en/of het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen dan wel arbeidsmatige werkzaamheden. Eventueel worden (tijdelijk) taken overgenomen die de cliënten zelf niet meer kan. Cliënten die in aanmerking komen voor deze dagbesteding hebben lichte beperkingen die geen intensief toezicht vereisen op het functioneren. Wanneer mogelijk richt de begeleiding zich op door- en uitstroom naar reguliere maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van participatie. Dagbesteding middelzwaar Dagbesteding middelzwaar richt zich op behoud of versterking van de zelfredzaamheid. Er wordt geoefend met het aanbrengen van structuur en/of uitvoeren van handelingen/vaardigheden. Wanneer mogelijk richt de begeleiding zich op door- en uitstroom naar reguliere maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van participatie. Cliënten die in aanmerking komen voor deze dagbesteding zijn vanwege beperkingen (fysiek en/of mentaal) (nog) niet in staat om deel te nemen aan reguliere activiteiten voor invulling van de dag of aan de lichte vorm van dagbesteding. Het gedrag van de cliënten is voorspelbaar en de risico’s als gevolg van de problematiek zijn goed in te schatten. Er is in beperkte mate toezicht nodig op het functioneren van de cliënten. Deze middelzware vorm van dagbesteding kan voor een deel van de cliënten een tussenfase zijn naar de zwaardere trede, terwijl voor andere cliënten deze middelzware vorm een tussenfase in afbouw naar de lichtste vorm van dagbesteding. Dagbesteding zwaar Dagbesteding zwaar is bedoeld voor de meest complexe situaties waarin sprake is van complexe problematiek/ziektebeelden. Te denken valt hierbij aan ernstige gedragsstoornissen, instabiele ziektebeelden en multi-probleemsituaties. De ondersteuningsvraag op basis van ziektebeeld en/of beperkingen is leidend voor de begeleiding. Doel is het voorkomen of vertragen van verergering van problematiek. Deze vorm van dagbesteding biedt voornamelijk dagopvang met dagprogramma voor dagstructurering en (intensieve) begeleiding en toezicht. Doel van de dagbesteding is waar mogelijk activering en waar nodig stabilisatie en handhaving. 8.1.2Dagbesteding jongvolwassenen Voor jongvolwassenen van 18 tot en met 23 jaar, die niet vallen onder de reikwijdte van de (verlengde) Jeugdwet, is het mogelijk om dagbesteding van een jeugdhulpaanbieder in te zetten via de Wmo. Hierdoor kunnen jongvolwassenen die niet of niet langer onder de Jeugdwet vallen toch passende ondersteuning ontvangen. Bij dagbesteding voor jongvolwassenen wordt de ontwikkeling van de jongvolwassene zodanig gestimuleerd dat hij zo zelfstandig mogelijk kan functioneren. De jongvolwassene wordt ondersteund door het aanbieden van een zinvolle dagbesteding. Deze bestaat uit een gestructureerd en gevarieerd dagprogramma waarbij de jongvolwassene gestimuleerd en begeleid wordt in zijn ontwikkeling. Ook voor dagbesteding voor jongvolwassenen geldt dat het groepsbegeleiding betreft dat programmatisch (vast dag- en/of weekprogramma) en methodisch (een methode voor werken met de doelgroep als basis) met een welomschreven doel is. Het vraagt actieve betrokkenheid van de cliënt. Het gaat dus om structurele activiteiten onder professionele begeleiding en is nadrukkelijk iets anders dan algemene welzijnsactiviteiten. We onderscheiden twee intensiteiten voor dagbesteding jongvolwassenen: A en B. Dagbesteding A Jongvolwassenen die in aanmerking komen voor deze dagbesteding zijn in enige mate beperkt in hun ontwikkeling en de mate van zelfredzaamheid. Het gedrag van deze jongvolwassenen is voorspelbaar en risico`s als gevolg van de problematiek zijn goed in te schatten. De jongvolwassenen groeien op in een veilige omgeving. Dagbesteding B De jongvolwassene wordt begeleid bij het omgaan met zijn gedragsproblemen. Jongvolwassenen die in aanmerking komen voor deze dagbesteding zijn in hoge mate beperkt in hun ontwikkeling en mate van zelfredzaamheid. De jongvolwassenen hebben te maken met complexe (gedrags)problematiek waarvan de achterliggende oorzaak veelal onbekend is. De jongvolwassenen groeien op in een onveilige omgeving, of er is sprake van een (dreigende)crisis. 8.1.3Omvang dagbesteding Dagbesteding wordt geïndiceerd in dagdelen. Een dagdeel staat gelijk aan maximaal 4 aaneengesloten uren. Het maximum is 9 dagdelen, dit staat gelijk aan een in Nederland gebruikelijke 36-urige werkweek. Het aantal dagdelen dagbesteding dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van: De noodzaak (hoeveel structuur, activering, toezicht etc. is nodig? Wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen, hoe belast is de mantelzorg etc.); De ondersteuningsbehoeften en mogelijkheden van de cliënt (hoeveel kan de cliënt fysiek en mentaal aan?); Het doel dat dagbesteding voor deze specifieke cliënt heeft (als het doel is: een zinvolle dagbesteding, ter vervanging van arbeid, dan worden bijvoorbeeld 8 of 9 dagdelen geïndiceerd). 8.1.4Vervoer naar de dagbesteding Uitgangspunt is dat mensen zelf of met hulp van hun netwerk dan wel andere informele oplossingen naar de betreffende zorglocatie komen. Wanneer eigen oplossingen niet mogelijk zijn en er sprake is van een door de toegang vastgestelde (medische) noodzaak, dient in vervoer voorzien te worden (maximaal 1 retourrit per dag).

Rechtspraak bij dit artikel