Naar hoofdinhoud
(Art. 3.14 lid 19 Verordening) Een sportvoorziening, waaronder een sportrolstoel, kan bijdragen aan de participatie van een belanghebbende. Uitgangspunt hierbij is dat men in principe zelf verantwoordelijk is voor de aanschaf van zaken die nodig zijn bij sportbeoefening. Wanneer vanwege de beperking extra kosten worden gemaakt, kan een vergoeding worden verstrekt. Omdat het te behalen resultaat op maatschappelijke participatie is gericht, worden de volgende (niet limitatief) elementen betrokken bij de afweging of een budget kan worden verstrekt: op welke andere wijze de belanghebbende participeert en welke meerwaarde de sportactiviteit levert; of er een historie is met de betreffende sportactiviteit dan wel sport in zijn algemeenheid; of er sprake is van sporten in verenigd verband. Het kan daarbij gaan om sporten in verenigingsverband, maar ook om sporten in georganiseerd en structureel verband lijkend op een vereniging, zoals een trainingsgroep onder leiding van een professional. Het budget voor sportvoorzieningen is gemaximeerd op €2500 en wordt maximaal eens in de drie jaar verstrekt voor de aanschaf, het onderhoud en reparatie. Sportvoorzieningen voor gezamenlijk of collectief gebruik komen niet voor individuele compensatie in aanmerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel