Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 4.6

Vertegenwoordiging beheer pgb

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2022

1.. Indien een belanghebbende niet zelfstandig zijn belangen kan behartigen en de aan een pgb verbonden taken kan uitoefenen kan deze zich laten vertegenwoordigen. In dat geval beheert iemand anders het pgb voor de belanghebbende, oftewel de budgethouder. 2.. We kennen wettelijk vertegenwoordigers (mentor, bewindvoerder, curator) en gemachtigd vertegenwoordigers (bijvoorbeeld een kennis of een familielid). 3.. Een wettelijk vertegenwoordiger gaat voor een gemachtigd vertegenwoordiger. 4.. Wanneer er twee wettelijk vertegenwoordigers zijn, gaat de bewindvoerder voor de mentor. De zorginhoudelijke kant wordt wel afgestemd met een mentor. 5.. Indien de mentor, curator of bewindvoerder het pgb gaat beheren is het van belang dat alle taken met betrekking tot het beheren van het pgb worden uitgevoerd. 6.. Als een budgethouder een bewindvoerder heeft, dan is deze primair bevoegd om declaraties en zorgovereenkomsten te ondertekenen. In onderling overleg kunnen zij afspreken dat een familielid aanvragen m.b.t. het pgb indient en als gemachtigd vertegenwoordiger optreedt. Het is dan wel nodig dat de bewindvoerder het familielid machtigt. De bewindvoerder blijft verantwoordelijk voor de handelingen die de gemachtigde verricht. 7.. Uitgangspunt is dat degene die de belanghebbende vertegenwoordigt, de belangen van de belanghebbende centraal stelt. De vertegenwoordiger mag dan ook niet de uitvoerder van de ondersteuning zijn die met het pgb wordt ingekocht, tenzij de gemeente hier vanwege bijzondere omstandigheden toestemming voor heeft verleend. 8.. De vertegenwoordiger mag geen financiële relatie relatie hebben met de zorgverlener. Hierdoor wordt immers een objectieve beoordeling van wat noodzakelijk is voor de belanghebbende en de aansturing van de werkzaamheden bemoeilijkt. Dit kan ten koste gaan van het bereiken van de gewenste resultaten. Het uitgangspunt is dat er geen belangenverstrengeling mag ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel